U bent hier

Aanbevelingen Houd grip op het begrotingsproces

Op basis van de negen regionale bijeenkomsten 'Houd grip op het begrotingsproces' en aanvullingen vanuit deelnemers tijdens deze bijeenkomsten zijn de volgende tien aanbevelingen opgesteld.

10 aanbevelingen voor raadsleden om meer grip op het begrotingsproces te verkrijgen en behouden:

 

1. Bepaal wanneer besluiten over de begroting genomen worden

Kies één moment – Hiermee wordt voorkomen dat de behandeling van de begroting twee keer een politieke strijd wordt. Zaken waar in eerste instantie op bezuinigd wordt, worden vaak ook de tweede keer gekort.

Zo laat mogelijk – De begroting kan door veel beïnvloed worden, zoals ramingen van het Rijk of tekorten op jeugdzorg. Door zo laat mogelijk de begroting te behandelen, voorkom je dat er achteraf nog veel geschoven moet worden.

Maak aan alle partijen duidelijk wanneer dit is – Zorg ervoor dat alle partijen, college, inwoners, bedrijven etc. weten wanneer de begroting wordt besproken. Maak duidelijk dat dit bijvoorbeeld niet al in juni bij de voorjaarsnota is, maar echt pas in oktober of november.

2. Geef kaders mee middels programma’s

Een gemiddelde gemeente heeft tussen zes en negen programma’s, waarbij twintig programma’s als maximaal geldt.

Raadsleden kunnen grip krijgen op de bestedingen van het college binnen programma’s op twee manieren:

  • Maak er een apart programma van – Door een programma bij een politiek geladen onderwerp te splitsen in twee of meer programma’s geeft de raad het college een maximaal budget, zonder dat het college binnen het programma kan schuiven.
  • Geef begrotingsmoties een aparte status - Spreek af met de raad dat moties bij de behandeling van de begroting de kracht van een amendement hebben. Hiermee is het college gebonden bij aanname.

3. Beschouw mee- of tegenvallers als losstaande gevallen

Het college kan tegenvallers bewaren totdat er meevallers zijn. Hiermee strepen zij mee- en tegenvallers tegen elkaar weg. Echter meevallers kunnen betekenen dat er geld niet wordt uitgegeven aan de inwoners. Daarnaast kunnen tegenvallers betekenen dat bepaalde uitgaven anders ingedeeld moeten worden. Enkel mee- en tegenvallers tegenover elkaar zetten negeert de achterliggende gronden.

4. Stuur op de vier of vijf grote programma’s

  1. Gemeentefonds – Kijk kritisch naar de ramingen van het Rijk. Voor 2019 wordt een stijging van 7% geraamd. Weinig raadsleden geloven dat het daadwerkelijk 7% wordt, toch wordt het wel begroot. Maak tijdens de voorjaarsnota een eigen raming en laat het college op basis van dat percentage een begroting opstellen.
  2. Loon- en Prijsstijgingen – Het college houdt rekening bij de opstelling van de begroting rekening met stijgingen in loon en prijzen. Toch zijn deze niet altijd snel te vinden in de begroting. Mocht er €1000,- ergens vrijkomen, is het belangrijk om te weten of de gemeente €200,- of €800,- kwijt is aan prijsstijgingen. Het overgebleven bedrag kan geïnvesteerd worden in de gemeente.
  3. Sociaal Domein – Er is een structureel tekort in Nederland op het sociaal domein. Het rijk compenseert gemeenten hiervoor de komende jaren, maar het is nog niet bekend wat de situatie na 2022 zal zijn. Het is aan de raad of het de extra gelden vanuit het Rijk voor jeugdzorg structureel begroot. Tip: Kijk naar de aanpak van buurgemeenten, stel kaders op voor prijsafspraken met aanbieders en vraag het college welke voorzieningen hij kan schrappen.
  4. Grondexploitatie – Spiegel jezelf aan buurgemeenten. De populariteit van de regio is van grote invloed op winst/verlies op grondexploitatie.
  5. Soms: Lokaal thema – Bijvoorbeeld de opbouw van de wijk Roombeek in Enschede na de vuurwerkramp, dat was een apart programma in de gemeente Enschede.

5. Bepaal wat acceptabel/nodig is als algemene reserve

Een jaarlijks stijgende algemene reserve, zonder dat deze gedurende het jaar afneemt, betekent dat er ook geld vrijgemaakt kan worden voor bestedingen. Bepaal wat als algemene reserve geaccepteerd kan worden en besteed het vrijgekomen geld doelmatig.

6. De raad bepaalt de bestemming van de reserves

De raad bepaalt waar bestemmingsreserves aan worden uitgegeven. De raad kan terugkomen op besluiten van eerdere bestemmingen, ook uit eerdere raadsperiodes.

7. Voorkom te veel voorzieningen door verkokering

Als een voorziening altijd een bepaald bedrag is, dan is die kennelijk niet nodig. Dit is een verkapte reserve.

Vervang pas als het nodig is. Vaak worden zaken vervangen als ze afgeschreven zijn terwijl deze nog functioneel zijn.

Gemeenten hebben vaak meerdere voorzieningen voor vergelijkbare zaken. Vaak heeft een afdeling ouderenzorg een voorziening voor de vervanging van een busje voor de ouderenzorg in jaar 1, afdeling groen een voorziening voor een groenbusje in jaar 2, afdeling kinderopvang een voorziening voor een busje in jaar 3, enz. Als de gemeente elk jaar een busje koopt, is er geen voorziening nodig. Te veel voorzieningen zijn dus te voorkomen, niet zo zeer door het samenvoegen van voorzieningen maar om het vrijvallen van voorzieningen. Dat levert (incidenteel) geld op.

8. Stuur nu op de Gemeenschappelijke Regelingen voor 2021

Gemeenschappelijke Regelingen ontsnappen doorgaans aan bezuinigingen. Daarom ga nu aan de slag met de begroting van 2021. Ga met partijgenoten uit buurgemeenten in gesprek over de begroting van de GR in 2021.

Geef de vertegenwoordiger van de GR voor 15 april 2020 een mandaat mee naar de begrotingsbespreking 2021.

Een GR hoeft geen eigen reserve te hebben. Accepteer dan wel dat de GR af en toe de hand komt ophouden. Voorzieningen zijn wel nodig.

9. Geld toveren kan niet, geld terugtoveren kan wel

Het college kan niet toveren, maar het kan wel geld wat al ergens in een potje ligt terugtoveren. Oplettendheid is geboden wanneer een wethouder opeens met een potje komt. Dat potje moet sowieso al bestaan (hebben). Want geld toveren kan niet, maar terugtoveren wel. Daarmee bedoelen we het volgende: als de gemeenteraad dat soort potjes die de wethouder ineens noemt en die bij de raad onbekend zijn - althans niet in de begroting staan en nooit door de raad zijn goedgekeurd - heeft de raad ook geen grip op wat er met dit soort potjes gebeurt. De raad kan dan ook niet meer bepalen wat er met het geld in dat potje dient te gebeuren. Meestal is de raad wel op de hoogte van alle potjes, die als het goed is dan staan vermeld in het overzicht van reserve en voorzieningen. Zelden is de raad op de hoogte welke potjes ruimer zijn dan nodig. Daar hoort en moet de raad grip op krijgen. Vraag dus - wanneer een wethouder ineens een potje te voorschijn tovert - altijd door waar dit geld vandaan komt. 

Wanneer er door financiele problemen bezuinigingen zijn gewenst, is het belangrijkste om alle reserves en voorzieningen door te lichten. Het meest praktische is om de wethouder te vragen dat voor de raad te doen en inzichtelijk te maken. Zo krijg je als raad kijk op waar de financiele ruimte zit.

10. Schuld, solvabiliteit of het EMU-saldo doen er niet toe

Een gemeente wordt niet onder toezicht van de provincie geplaatst omdat het te veel schuld heeft. Zeker in deze gunstige tijden kan het lonen om meer te lenen zodat er geïnvesteerd kan worden in lange termijnprojecten. Belangrijk is dat er geleend wordt voor een doelmatige besteding en er een plan ligt voor het afschrijven van de schuld.

Ga niet lenen voor structurele tekorten, bijvoorbeeld in de jeugdzorg, aan te vullen maar alleen voor incidentele zaken, zoals de bouw van een school. Dat is doelmatiger.