U bent hier

'Raad van State en ministerie BZK zijn te weinig bondgenoot'

De toedeling van taken aan gemeenten is gooi en smijtwerk. Dat zegt Douwe Jan Elzinga in zijn nieuwste column.

Momenteel werk ik op het departement van BZK aan het project ‘Bouwstenen voor een beleidskader decentraal bestuur’. Een dergelijk beleidskader decentraal bestuur is dringend noodzakelijk omdat we bij de taaktoedeling aan gemeenten, provincies, regio’s geen begin van een gedachte hebben waarom welke taak naar welk bestuurslichaam moet.
De minister van BZK heeft weliswaar in wetgeving coördinerende bevoegdheden en een systeemverantwoordelijkheid voor het decentraal bestuur als geheel, maar dat takenpakket komt niet goed uit de verf omdat criteria voor taaktoedeling overwegend ontbreken en er geen normatief ‘plan’ is voor het decentraal bestuur als geheel. 

Monopolie

We doen dus maar wat in het decentraal bestuur - het beleidsmatig handelen jegens het decentraal bestuur in het afgelopen decennium kenmerkte zich overwegend door gooi en smijtwerk - en dat schept dan in feite een soort monopolie voor de vakdepartementen. Deze bepalen in de praktijk wat gemeente, provincie, regio etc. doen en moeten doen. En omdat er nogal veel vakdepartementen zijn, is het palet bont, chaotisch  en vooral krakkemikkig door gebrekkige financiële arrangementen, weinig aandacht voor de decentrale politieke stelsels en voor beleidsvrijheden die gering zijn en nauwelijks een goede invulling kunnen krijgen.
Dat patroon moet worden doorbroken en daarvoor is een ‘Beleidskader decentraal bestuur’ van doorslaggevende betekenis. De bouwstenen daarvoor worden nu ontwikkeld in nauwe afstemming met de koepels: VNG, IPO en Unie van Waterschappen. En het is dan aan het nieuwe kabinet en aan de nieuwe minister van BZK om op basis van deze bouwstenen politiek invulling te geven aan een dergelijk beleidskader zodat het roer ook daadwerkelijk om gaat. 

Raad in positie

Een belangrijk onderdeel van het vraagstuk is ook dat in de Grondwet en de organieke wetgeving die de Grondwet uitwerkt allerlei basisbeginselen staan, waaraan de vakdepartementen zich zouden moeten houden bij taaktoedeling.
De bijzondere wetgever moet bijvoorbeeld de lokale autonomie waarborgen. Voldoende financiële middelen leveren bij taaktoedeling. Terughoudend zijn bij toezicht, controle en bestuurlijke interventies. En er voor zorgen dat de decentrale volksvertegenwoordigingen goed in positie blijven.
Dat organieke profiel van de decentrale bestuurslichamen moet goed worden bewaakt en de eerste verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de minister van BZK. 

Gelijkheid

Maar ook de Raad van State heeft hier een vooraanstaande rol. En daarbij moet het algemeen geaccepteerde constitutionele uitgangspunt zijn dat de organieke wet weliswaar geen hogere formele status heeft jegens de latere bijzondere wet, maar dat desondanks de bijzondere wetgever de basisbeginselen van de organieke wetgeving moet respecteren.
Vakdepartementen moeten bijvoorbeeld via bijzondere wetgeving geen inbreuk maken op de beginselen van de Kieswet. Ook moet de bijzondere wetgever de basisordening van gemeente, provincie, waterschap, zoals neergelegd in Grondwet en organieke wetgeving respecteren. 

Aanbevelingen

Het departement van BZK en de Raad van State moeten hier bondgenoten zijn, maar in de praktijk is dat niet altijd het geval. Onlangs publiceerde de Raad van State een  voorlichting over de knelpunten in het decentraal bestuur. Daarin staan een heel goede analyse en prima aanbevelingen, zoals het pleidooi om de minister van BZK mede te laten ondertekenen bij decentralisatiewetten.
Maar jammer is dan weer dat de Raad van State constateert dat versterking van de positie van de minister van BZK  in de wetgeving niet veel zin heeft omdat de bijzondere wetgever daar toch met groot gemak van kan afwijken. Dat is een regelrechte miskenning van de betekenis van de organieke wet en dat schiet natuurlijk niet op. 

Herwaardering

Een sterke herwaardering van de betekenis van de organieke wet zou ook voor de Raad van State leidend moeten zijn en dan brengt een krachtig bondgenootschap van BZK en de Raad van State aanzienlijke verbeteringen in het decentraal bestuur.