U bent hier

‘Raad zoekt vrouw’, maar vinden vrouwen de raad wel?

Meer vrouwen in de raad, dat is een wens in veel gemeenten. In de gemeente Zeist zijn van de 33 raadsleden er slechts 8 vrouw. Daarom organiseerden zij de workshop ‘Raad zoekt vrouw’. Hierop werd enthousiast gereageerd en 75 vrouwen meldden zich aan. Naar aanleiding hiervan sprak de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden met twee raadsleden in de gemeente Zeist: Ans Pereboom (GroenLinks) en Tjarda Struik (VVD).

In de gemeente Zeist zitten slechts 8 vrouwen in de raad, terwijl de raad bestaat uit 33 raadsleden. In het teken van internationale vrouwendag organiseerden de gemeenteraad samen met de burgermeester de workshop ‘Raad zoek vrouw’. Er werd enthousiast gereageerd op deze bijeenkomst met maar liefst 75 aanmeldingen. De gemeentesecretaris, de griffier, de burgemeester en natuurlijk de vrouwelijke raadsleden waren aanwezig en spraken over hun werk. De raadsleden spraken over hun ervaringen en hun motivatie om de politiek in te gaan. Dit deden zij in korte pitches.

Enthousiaste deelnemers

Deelnemers waren erg enthousiast. Pereboom, medeorganisator, sprak op de bijeenkomst met verschillende vrouwen. Zo sprak zij na afloop bijvoorbeeld met twee vrouwen die aanwezig waren bij de workshop en erover na dachten om een lokale afdeling van de Partij van de Dieren op te starten in Zeist. Zij vroegen advies aan Pereboom.

Struik beaamde het enthousiasme onder de deelnemers. Ook viel haar op dat bij de bijeenkomsten mensen vooral praktische vragen hadden, zoals hoe veel je verdient of hoe veel tijd het kost. De aanwezigen misten ook basiskennis over hoe een gemeente werkt. Zo had ze een gesprek met een mevrouw die vroeg waar ze kon solliciteren, maar raadsleden moeten zich natuurlijk verkiesbaar stellen via een partij. Dat soort basiskennis ontbrak bij de aanwezigen.

Vrouwen maken het verschil

Vrouwen maken wel degelijk een verschil in de raad. Zo vindt Pereboom een evenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad belangrijk omdat de samenleving ook voor de helft uit vrouwen bestaat. Verder vertelde Pereboom over een gesprek met jonge meiden die zij sprak tijdens de ‘Maaltijd van Zeist’. Bij deze werkvorm gaan gemeenteraadsleden met inwoners uit Zeist in gesprek over diverse onderwerpen. Deze meiden gaven aan dat zij zich op meerdere plekken onveilig voelden. Er zou dus bijvoorbeeld meer verlichting moeten komen om de sociale veiligheid van fietspaden te vergoten. Pereboom geeft aan dat gemeenten wel zeggen dat ze genderneutraal beleid maken, maar in de praktijk pakt dit anders uit. Dit is dus een perspectief dat vrouwen en dus ook vrouwelijke raadsleden kunnen bieden.

Struik beaamde dat diverse geluiden het besluitvormingsproces beter maken. Door alle verschillende verhalen samen te brengen kunnen er betere keuzes worden gemaakt. Struik ziet ook dat vrouwen het proces kunnen verbeteren. Ze ziet dat vrouwen het belangrijk vinden om te luisteren naar het standpunt van de ander. Ze richten zich dan minder op wie bij welke partij hoort, maar op wat het beste is voor de gemeente.

Hoe krijgen we meer vrouwen in de gemeenteraad?

Waarom zitten er dan zo weinig vrouwen in de gemeenteraad in Zeist? Beiden hadden hierop een eigen visie. Struik benadrukte dat er in zowel de Nederlandse cultuur, als het raadswerk nog een slag gemaakt moet worden om meer vrouwen in de politiek te krijgen. Zo nemen vrouwen vaker taken binnen het huishouden op zich waardoor je niet ook nog het raadswerk erbij kan doen. Struik vertelde dat ze zelf in de gehandicaptenzorg werkt, moeder is en dus ook nog raadslid is. Dit is mogelijk omdat haar partner ook een deel van het huishouden en zorg voor de kinderen op zich neemt. Zorgtaken en huishoudelijke taken worden vaker door vrouwen op zich genomen in Nederland. Het is dan moeilijker om ook nog daarnaast raadswerk op je te nemen. Struik benoemt ook dat de politiek een beroep is dat mannen meer trekt. Het sluit volgens haar beter aan bij hoe mannen van nature zijn. Alhoewel dit natuurlijk wel een generalisatie is.

Pereboom benadrukt dat het van twee kanten moet komen. Enerzijds vanuit vrouwen zelf, door zich aan te melden bij een politieke partij, en anderzijds vanuit de politiek. Pereboom geeft aan dat 75 aanmeldingen aangeeft dat vrouwen wel belangstelling hebben en politieke partijen moeten dus niet beweren dat vrouwen geen belangstelling hebben. Politieke partijen moeten vrouwen meer actief gaan benaderen en opzoeken. Dat is niet het enige wat partijen kunnen doen. Zo kunnen de kandidatencommissie zich richten op een gelijke verdeling bij het vaststellen van de kandidatenlijst van toekomstige raadsleden. Uiteindelijk zijn het wel de leden die de kandidatenlijst goedkeuren. Ook geef Pereboom aan dat als een lijst om en om uit een man en vrouw bestaat, er ook vooruitgang geboekt kan worden. Elke keer als er iemand namelijk vertrekt uit de raad, is de eerstvolgende op de lijst aan de beurt. Dit betekent volgens Pereboom dat in de praktijk dat er vaak een man bijkomt. Als de lijst om en om was ingedeeld zou dit niet gebeuren.