U bent hier

“Raadsleden lopen met grote boog om regionalisering”

Raadsleden hebben genoeg met elkaar te bespreken om de betrokkenheid van de raad te verbeteren bij taken die in regionaal verband zijn georganiseerd.
“Het belang daarvoor is heel groot, maar het wordt gevoeld als een proces van elders. En omdat het zich niet afspeelt op de het stadhuis lopen raadsleden er met een grote boog omheen.”

Raadsleden zouden daarom onderling, samen met collega’s uit andere gemeenten die in hetzelfde samenwerkingsverband zitten en met hun griffiers veel meer en vaker moeten spreken hoe zij inzicht en invloed willen hebben op regionale taken.
Deze boodschap gaf Caspar van den Berg, hoogleraar Global en Local Governance van de Rijksuniversiteit Groningen, de deelnemers aan de achtste sessie over het Gezag van de Raad nadrukkelijk mee.

De noodzaak daarvoor is onmiskenbaar: steeds meer gemeentelijke taken worden in de regio uitgevoerd terwijl het ontbreekt aan effectieve en directe democratische legitimatie. Beleid, gemaakt in de regio, ontbreekt het daardoor aan politieke legitimatie. 'Policy without politics', aldus Van den Berg.

Regionalisering

De oorzaak voor de beperkte rol, invloed en grip van raadsleden, en daarmee de uitholling van het gezag van de raad, op de keuzes en het onderhandelingsresultaat tussen samenwerkende gemeenten in regionale taken is velerlei.
Steeds meer taken worden door het Rijk in de regio neergelegd. Bovendien propageert het Rijk de gedachte van één (slagvaardige) overheid. “Het ontbreekt aan een centrale visie op regiovorming en er ligt een schone taak voor het ministerie van BZK om als moederdepartement sturing te geven, maar daar heb ik de laatste tien tot vijftien jaar weinig van gezien.”

Hete adem

Bovendien vinden veel burgemeesters en wethouders het wel prima als taken in de regio worden gedaan. “In de ogen van bestuurders is de regionale laag aantrekkelijk omdat je daar zoals men dat zegt 'meters kunt maken' want dan voel je niet de hete adem van het controlerende orgaan in je nek hijgen. Begrijpelijk, maar vanuit democratisch oogpunt niet uit te leggen. Het gevolg: afwegingen voor beleid worden steeds meer op een andere plek gemaakt dan de gemeenteraad of Provinciale Staten.”

Herindeling

Het gevolg is dat er sprake is van een 'two-level-game'. Bestuurders van deelnemende gemeenten onderhandelen aan regionale tafels over het te voeren beleid. De democratische controle, keuzes en verantwoording vindt op een andere plek plaats, namelijk in de arena van de diverse deelnemende gemeenteraden. En dat geldt voor elk van de tientallen vormen van regionale samenwerking en verbonden partijen. “Wanneer je dus alle taken ook nog eens opknipt over zoveel verschillende regionale tafels kan ik mij heel goed voorstellen dat raadsleden er niet aan toekomen.”
Bovendien is het zo dat veel betrokkenen het wel prima vinden, want het behoud van twee afzonderlijke arena’s (een regionale en lokale) voorkomt dat er moet worden gekozen voor opschaling en fusie van gemeenten.

Rol wethouder

In dat 'two-level game' is er dus sprake van regionale en lokale arena’s waar machtsverhoudingen onderling maar ook in elke arena van groot belang zijn. Voorstellen van de minister om raadsleden de kans te bieden regionaal bestuurder te worden, hebben een belangrijk bezwaar.
“Het kan tot rolverwarring leiden als raadsleden samen met bestuursleden (vooral wethouders -NVvR) aan tafel zitten. Wat betekent dat voor de verhouding tussen raadslid en wethouder? Zit de wethouder er voortaan voor spek en bonen bij? Wat wordt de positie van dat raadslid in de raad? Bovendien blijkt dat wanneer raadsleden enthousiast actief zijn in de regio dat nog niets zegt over hoe de gewone raadsleden naar de regio kijken”.

Rol griffier

Structuurwijzigingen zijn volgens Van den Berg niet de oplossing voor het democratische tekort op controle en keuzes van regionale taken. Raadsleden zouden het samen met de collega’s uit de eigen gemeente en met hun griffier(s) moeten zoeken in het verbeteren van de informatieprocessen en met elkaar het gesprek en overleg voeren, ook vooraf.
“De crux is dus om zo met en van elkaar te leren en de kansen te benutten die er zijn in de uitwisseling van informatie tussen raden van deelnemende gemeenten.” Alleen op die wijze kan er wat worden gedaan aan het gevoel dat raden bij het kruisje moeten tekenen. “Het voordeel van de Wmo en de jeugdzorg is dat die taken geen last hebben van strakke, juridische WGR-samenwerkingsregels en dat raadsleden dus dan gemakkelijker dicht op de bal kunnen blijven, bijvoorbeeld ook door samen met andere raden zaken te agenderen.”

Terugkijken

Caspar van den Berg was de  achtste spreker in een serie bijeenkomsten over het gezag van de raad en over macht en tegenmacht. Wie zijn presentatie en het gesprek met raadsleden en griffiers terug wil zien, klik hier.

Serie Gezag van de Raad

De volgende bijeenkomsten in de serie over het Gezag van de Raad zijn:
- op maandag 14 juni om 13 uur spreekt de Haagse topambtenaar Bernard ter Haar, voorzitter van de Studiegroep Interbestuurlijke en Financiele Verhoudingen, over het belang van 1 overheid. Aanmelden daarvoor kan hier
- op vrijdag 18 juni om 13 uur spreekt Arwin van Buuren, universitair docent Erasmus Universiteit en raadslid in Capelle aan den IJssel, over de rol en de positie van de raad en macht en tegenmacht. Aanmelden voor deze sessie kan hier.

Voor een overzicht van alle lezingen in de serie Gezag van de raad, klik hier.

Eerdere sessies in de serie Gezag van de raad:
Han Warmelink – “Er is geen debat in de raad, alles ligt vast”.
- John Bijl - Raad heeft gezag in eigen hand.
- Klaartje Peters -
“Als raadsleden van coalitie en oppositie samen controleren, stijgt het gezag van de raad”.
- Niels Karsten – “Het verhaal van de raad en het lokaal bestuur is het maken van verschil”.
- Rien Fraanje – “De raad moet geen Tweede Kamer spelen”.
- Marcel Boogers – “Je ziet heel weinig dat de raad zelf de agenderende rol pakt”.
Evelien Tonkens – “Raad: ga in gesprek met inwoners”.