Wethouder

De wethouder is onderdeel van het college van burgemeester en wethouders. Wethouders in de gemeente zijn vergelijkbaar met de met ministers in het kabinet: ze gaan over een specifiek onderwerp en zijn verbonden aan een politieke partij. Het minst aantal wethouders in een college is twee, het meeste is zeven.

Elke wethouder heeft een eigen takenpakket. Dit takenpakket kan zeer uiteenlopend zijn en wordt vaak de 'portefeuille' van een wethouder genoemd. Hoe minder wethouders een college heeft, hoe verscheidener het takenpakket per wethouder. Eén wethouder is altijd (onder andere) belast met de gemeentefinanciën. Verder is er een wethouder verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening en één voor sociale zaken en werkgelegenheid. Onder sociale zaken en werkgelegenheid valt de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Participatiewet, waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Het komt ook voor dat het college extra aandacht wil schenken aan een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld dierenwelzijn. In dat geval wordt een dergelijk onderwerp toegevoegd aan het takenpakket van een wethouder.

In de meeste gevallen is het wethouderschap een voltijdbaan, maar met name in kleinere gemeenten worden ook deeltijdwethouders aangesteld

Aanstelling wethouders

Wethouders worden aangesteld door de gemeenteraad. Meestal gebeurt dit naar aanleiding van het aantreden van een nieuw college dat wordt gevormd door een nieuwe coalitie na de gemeenteraadsverkiezingen. Hoe de portefeuilles onderling worden verdeeld in het college is vaak onderdeel van de onderhandelingen van de coalitie, omdat partijen graag een wethouderspost willen die aansluit bij hun speerpunten. 

Aftreden wethouders

Een wethouder treedt af wanneer het abtstermijn ten einde is bij het aantreden van een nieuw college na de verkiezingen. Ook komt het voor dat wethouders hun ambtstermijn niet afmaken en voortijdig (moeten) aftreden. In alle gevallen heeft de gemeenteraad het hoogste woord over aftreden of aanblijven. Wanneer de gemeenteraad in meerderheid beslist dat een wethouder moet aftreden, is dat leidend. Een aantal redenen kunnen een aanleiding vormen tot aftreden:

  • Onder de verantwoordelijkheid van de wethouder is iets gebeurd dat niet door de beugel kan
  • De wethouder heeft de gedragscodes van de gemeente overtreden
  • Het college kan niet meer met elkaar door één deur of wordt niet meer door de coalitie gesteund, in dat geval treden alle wethouders af
  • De wethouder krijgt een andere baan, bijvoorbeeld als burgemeester of wethouder in een andere gemeente
  • Persoonlijke/gezondheidsredenen

Aantal wethouders

In tegenstelling tot het aantal raadsleden, is het aantal wethouders niet volledig afhankelijk van het aantal inwoners van een gemeente. De gemeenteraad bepaalt hoeveel wethouders er nodig zijn, met een boven- en een ondergrens afhnakelijk van het aantal inwoners van de gemeente. Doorgaans is het aantal wethouders afhankelijk van de te verwachten hoeveelheid werkzaamheden die er voor het college zijn. In grotere gemeenten is dit logischerwijs groter en zijn er dus meer wethouders nodig. 

Dualisme

Tot 2002 maakten wethouders deel uit van de gemeenteraad. Dat gaf wethouders een dubbelfunctie: zij moesten zowel gemeentelijk beleid uitvoeren als zichzelf controleren. Om een einde aan die situatie te maken, is de Wet dualisering gemeentebestuur sinds 2002 van kracht. Dit houdt in dat wethouders geen deel meer uit mogen maken van de gemeenteraad en niet meer over hun eigen voorstellen of positie mogen stemmen.