U bent hier

Juridische FAQ

Worstelt u met een juridisch vraagstuk? Kijk of het antwoord op uw vraag hieronder staat. Hebt u een andere vraag of bent u van mening dat een antwoord niet klopt? Stuur dan een e-mail naar info@raadsleden.nl en wellicht kunnen wij u verder helpen.

  1. Hoe verhoudt de vergoeding voor het raadswerk zich tot een WW-uitkering?
  2. Bouwen raadsleden met het raadswerk pensioen op?
  3. Heeft een afgesplitst raadslid van een fractie nog recht op fractieondersteuning?
  4. Worden reiskosten vergoed voor raadsleden?
  5. Is er een mogelijkheid om als ambtenaar minder te werken vanwege het raadslidmaatschap?
  6. Werkzaam bij de gemeente verenigbaar met het raadslidmaatschap?
  7. Is het werk als ambtenaar bij een fuserende buurgemeente verenigbaar met raadswerk?
  8. Kun je verlof krijgen bij je werk vanwege je raadswerk? (voorbehoud)
  9. Kan een fractie-ondersteuner commissielid zijn?
  10. Krijgt een commissielid een vergoeding als hij aanwezig is of ook daadwerkelijk deelneemt aan de beraadslaging?
  11. Welke rol heeft de werkgeverscommissie wanneer een inwoner zich beklaagt over het behandelen van de post door de griffier? Ligt dat bij de werkgever? Zo nee, zou de werkgever een aparte instantie daarvoor in het leven moeten roepen?
  12. Kunnen er niet-commissieleden deelnemen aan een commissievergadering?
  13. Kan een commissie beslissen dat alle raadsstukken voortaan digitaal worden aangeleverd?
  14. Kan / mag een publieke partij om vertrouwelijkheid van stukken vragen?
  15. Kan iemand met een strafblad raadslid zijn?
  16. Wanneer is er als raadslid sprake van belangenverstrengeling?
  17. Als een raadslid wegens omstandigheden tijdelijk buiten de gemeente woont, mag het raadslid dan aanblijven?
  18. Ben je als raadslid verplicht om de raadszetel op te geven, als je niet langer deel meer wilt uitmaken van de eigen fractie/partij, wanneer er afspraken zijn gemaakt over het afstaan van de zetel?
  19. Wat is bij het afstaan van de betekenis van een vooraf ondertekende overeenkomst waarin het raadslid ondertekent bereid te zijn, zijn zetel op te geven wanneer hij niet meer voor de partij wil optreden?
  20. Dien je, om je verkiesbaar te stellen als raadslid, de afgelopen 5 jaar in Nederland te hebben gewoond?
  21. Benoeming tussentijds raadslid. Moet de raad daarover stemmen?
  22. In een lokaal reglement van orde wordt iets bepaald dat niet in de Gemeentewet staat. Welke wetgeving geldt dan?

Inleiding

Als raadslid hoeft u geen jurist te zijn, maar toch krijgt u juridische vraagstukken voor uw kiezen. Wellicht over de positie van commissieleden, integer handelen als raadslid of over de raadsvergoeding. In deze juridische FAQ zijn de meestgestelde vragen opgenomen met passende antwoorden om u zo goed mogelijk inzicht te geven in juridische vraagstukken. De vragen zijn verdeeld in de categorieën Vergoeding en kosten, Combineren raadswerk en werkCommissies, Integriteit, geheimhouding en betrouwbaarheid, Fracties en zetels en Verkiezingen en wetgeving.

Vergoeding en kosten 

1. Hoe verhoudt de vergoeding voor het raadswerk zich tot een WW-uitkering?

Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen een WW-uitkering die is toegekend vóór 1 juli 2015 of na 1 juli 2015. Indien de WW-uitkering vóór 1 juli 2015 is toegekend, staat een verrekening van het aantal uren centraal. Het UWV neemt een aantal uur voor het raadslidmaatschap in aanmerking en haalt die van de WW-uitkering af. Daardoor kan de situatie ontstaan dat er meer op de WW-uitkering wordt gekort dan het raadslid aan raadsvergoeding ontvangt. Dat is onwenselijk, waardoor de gemeente de raadsvergoeding dan dient te verhogen zodat het gelijk aan de korting op de WW-uitkering is.

Bij toekenning van de WW-uitkering na 1 juli 2015 vindt er ook een verrekening plaats, maar dat is een inkomstenverrekening die niet meer slechts op het aantal uren is gebaseerd. De eerste twee maanden wordt 75% van de raadsvergoeding verrekend en de maanden daarna 70%. Mocht de korting op de WW-uitkering meer zijn dan het raadslid aan raadsvergoeding ontvangt, dient de gemeente ook hier de raadsvergoeding te verhogen, zodat het gelijk aan de korting op de WW-uitkering is.1 

2. Bouwen raadsleden met het raadswerk pensioen op?

De juridische grondslag hiervoor is art. L0 Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Daarin staat geen verplichting om lokaal in een pensioenregeling voor raadsleden te voorzien, maar de raad kan wel bij verordening bepalen dat het college van burgemeester en wethouders één of meer collectieve verzekeringen afsluit ten behoeve van de raadsleden. Het kan dan ook wel, maar het is geen verplichting. 

3. Heeft een afgesplitst raadslid van een fractie nog recht op fractieondersteuning?

Een afgesplitst raadslid behoort weliswaar niet meer tot de bepaalde fractie waar die eerst bij zat. Wel kan het raadslid alleen of samen met anderen een nieuwe fractie vormen of tot een bestaande fractie toetreden. Op basis van artikel 33 Gemeentewet heeft iedere groepering in de gemeenteraad recht op ondersteuning, waarmee financiële ondersteuning (ook wel fractieondersteuning genoemd) ook wordt bedoeld. Indien een raadslid zich afsplitst, blijft het dan ook als nieuwe ‘groepering’ (fractie) nog steeds recht op ondersteuning en dus fractieondersteuning hebben. Een plaatselijke Verordening fractieondersteuning kan hier echter anders over bepalen. 

4. Worden reiskosten vergoed voor raadsleden?

Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen reizen binnen en buiten de gemeente. Zo worden reiskosten binnen de gemeente niet vergoed op grond van art. 96 jo. 97 Gemeentewet. Voor reiskosten buiten de gemeente geeft art. 97 Gemeentewet ruimte voor een plaatselijke verordening. Indien de raad dan ook in een verordening regels vastlegt m.b.t. een reiskostenvergoeding buiten het grondgebied van de gemeente, is dat mogelijk. 

Combineren raadswerk en werk

5. Is er een mogelijkheid om als ambtenaar minder te werken vanwege het raadslidmaatschap?

Als ambtenaar kan er op grond van artikel 125c Ambtenarenwet 1929 en de rechtspositieregeling van ambtenaren, politiek verlof (ook wel non-activiteitsverlof genoemd) worden gegeven. In beginsel is het zo dat de ambtenaar die in een publiekrechtelijke college  is gekozen, het verlof wordt verleend, tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn. Uiteraard geldt in beginsel dat hier een goed overleg over plaatsvindt tussen werknemer en werkgever, maar de werknemer staat hier juridisch sterk. Verder is er een zogenaamd taakdurenbesluit publiekrechtelijk colleges gemaakt, dat wordt gevolgd bij de bepaling hoeveel uren  politiek ambtsdragers gemiddeld kwijt zijn. Dit taakdurenbesluit publiekrechtelijk colleges vormt daarmee een richtlijn voor politiek verlof. Er is dan ook een mogelijkheid om als ambtenaar minder te werken vanwege het raadslidmaatschap.2 

6. Werkzaam bij de gemeente verenigbaar met het raadslidmaatschap?

Indien het raadslid een ambtenaar in de zin van artikel 4 Gemeentewet is, namelijk door een aanstelling door de gemeente, werkzaam met een arbeidscontract, kan de ambtenaar niet tegelijkertijd raadslid zijn. Artikel 13 lid 1 sub O Gemeentewet luidt namelijk: ‘’Een lid van de raad is niet tevens (…) ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.’’ 

7. Is het werk als ambtenaar bij een fuserende buurgemeente verenigbaar met raadswerk?

Een raadslid is als ambtenaar werkzaam bij de buurgemeente. Door een ambtelijke fusie met de gemeente waar hij in de raad zit, doet de vraag zich voor of hij als raadslid mag aanblijven? De hoofdregel luidt dat een lid van de raad, op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder o, van de Gemeentewet, niet tevens ambtenaar mag zijn die door of vanwege het gemeentebestuur is aangesteld of daaraan ondergeschikt is. In het geval van een fusie met een buurgemeente kan het echter wel naast elkaar, indien er werkafspraken worden gemaakt tussen de ambtenaar en het bevoegde gezag over dat hij “ geen werkzaamheden zal verrichten voor de gemeente waar hij raadslid is”. Dat zal niet in alle gevallen kunnen, maar is wel een bruikbare richtlijn. In het geval er dergelijke werkafspraken zijn gemaakt, wordt het dan ook wel juridisch mogelijk geacht om ambtenaar en raadslid te zijn van fuserende gemeenten. Hierbij mag er alleen geen sprake zijn van een rechtspositionele of functionele ondergeschiktheid aan de gemeente waar de ambtenaar ook raadslid is. 

8. Kun je verlof krijgen bij je werk vanwege je raadswerk?

Als raadslid heeft u recht op politieke verlof om uw raadswerk te kunnen uitvoeren. Daarbij is het niet van belang of u werkzaam bent bij de overheid, in het bedrijfsleven of andersoortig. U kunt dergelijk verlof krijgen door aan uw werkgever te vragen om verlening van buitengewoon onbetaald verlof (gebaseerd op artikel 7:643 Burgerlijk Wetboek). De werkgever is niet verplicht om politiek verlof te verlenen, tenzij in een bedrijfsregeling, cao of (indien werkzaam in het onderwijs of de overheid) de (artikel 125c) Ambtenarenwet dit voorschrijft. Vanaf 1 januari 2020, bij inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) zal ook voor werknemers bij de overheid en in het onderwijs het private arbeidsrecht gaan gelden en dienen er cao’s te worden afgesloten.

Indien er tussen werknemer en werkgever geen overeenstemming bestaat over de verlening van het onbetaalde verlof, moet de rechter vaststellen of en in welke mate het dient te worden verleend. 

Commissies 

9. Kan een fractie-ondersteuner commissielid zijn?

Een fractie-ondersteuner kan in principe wel commissielid zijn. Het is de raad die dit kan bepalen. De vergoedingen voor beide taken (fractie-ondersteuner en commissielid) liggen uit elkaar. Zo kan een fractie-ondersteuner wel alsnog een fractievergoeding krijgen als specifiek kan worden aangetoond dat het voor andere (ondersteunende) taken is dan de ondersteuning van de commissie waar de fractie-ondersteuner zelf in plaatsneemt. Het is dan ook niet geheel onmogelijk, maar betreffende de uitbetaling wel complexer. 

10. Krijgt een commissielid een vergoeding als hij aanwezig is of ook daadwerkelijk deelneemt aan de beraadslaging?

In art. 96 Gemeentewet wordt letterlijk gesproken van het ‘bijwonen’ van commissievergaderingen. Een vergoeding wordt dan ook ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen van een commissie. In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden wordt er in art. 14 tevens van het toekennen van een vergoeding voor het ‘bijwonen’ gesproken. Ook kan een lokale verordening hier nadere bepalingen over stellen. Mocht dat niet het geval zijn, is het wettelijke uitgangspunt dan ook op het ‘bijwonen’ van vergaderingen gesteld. In het geval commissieleden al regulier in een commissie zitten, maar een commissievergadering een onderwerp betreft dat die commissieleden niet direct aangaat, wonen zij toch de vergadering bij en dienen zij wel degelijk een vergoeding te krijgen. 

11. Welke rol heeft de werkgeverscommissie wanneer een inwoner zich beklaagt over het behandelen van de post door de griffier? Ligt dat bij de werkgever? Zo nee, zou de werkgever een aparte instantie daarvoor in het leven moeten roepen?

In hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is te zien dat gedragingen van ambtenaren worden toegerekend aan het bestuursorgaan waarvoor deze ambtenaren werkzaam zijn. In dit geval is dat aan de raad. In de Awb is verder het bestaan van een interne en externe klachtbehandeling te zien, waarbij eerst een interne procedure moet zijn afgerond voordat men naar een externe instantie kan. Hoe de klachtenafhandeling intern is geregeld, is per gemeente verschillend. Een externe instantie is vaak een lokale ombudsman/ombudscommissie of de landelijke ombudsman, ook dit is afhankelijk van waar de gemeente voor heeft gekozen. Bij deze instanties is de gemeente aangesloten en niet alleen de raad of het college. Als de gemeente bij de nationale ombudsman zit, dan komen alle klachten daar in tweede termijn terecht.

Je zou aan de hand van de volgende vragen tot een oplossing kunnen komen:

  • Welke regeling is er intern voor de behandeling van klachten en heeft de werkgeverscommissie deze in het verleden van overeenkomstige toepassing verklaard op de griffie?
  • Zo nee, is het dan een klacht over de persoon van de griffier of over de griffie? In het laatste geval kan het over een medewerker gaan en kan de griffier de klacht eerst zelf behandelen (als in de gemeente tenminste gebruikelijk is dat afdelingshoofden dat doen).
  • Als er niks geregeld is, dan is het verstandig de werkgeverscommissie de klacht te laten afhandelen namens de raad. Van belang zijn de normen die nationale ombudsman hanteert. 

12. Kunnen er niet-commissieleden deelnemen aan een commissievergadering?

Op basis van art. 82 e.v. Gemeentewet kan de raad commissieleden benoemen. In lokale reglementen van orde kan zijn opgenomen dat er in specifieke omstandigheden andere deelnemers aan de vergadering kunnen deelnemen. Dit kan per gemeente verschillen. 

13. Kan een commissie beslissen dat alle raadsstukken voortaan digitaal worden aangeleverd?

Het is aan de raad om te bepalen op welke wijze zij de stukken van de griffier aangeleverd willen hebben. Indien een commissie het voorstel doet om van papieren naar digitale aanlevering te gaan, zou de raad of op zijn minst het presidium de beslissing moeten nemen. Het kan daarbij voorkomen dat er onderling verschillen zijn tussen gemeenten: de ene gemeente kan nog papier aanleveren en de ander wellicht al digitaal. 

Integriteit, geheimhouding en betrouwbaarheid 

14. Kan / mag een publieke partij om geheimhouding van stukken vragen?

Het college, de burgemeester en een commissie zijn de enigen die een stuk naar de raad kunnen sturen onder opleggen van geheimhouding. Daarbij dient de raad erover te kunnen beraadslagen, waarbij dient te worden gelet welk deel er achter gesloten deuren wordt behandeld. Zorg er als raadslid dan ook voor dat je een controlerende rol kunt blijven vervullen, waarbij voortdurend dient te worden gekeken voor welke fase wel of niet de vertrouwelijkheid en geheimhouding wordt afgesproken. 

15. Kan iemand met een strafblad raadslid zijn?

Ja, iemand met een strafblad kan raadslid zijn. De vereisten voor het raadslidmaatschap verhinderen dat namelijk niet. Zo geeft art. 10 Gemeentewet als vereisten voor het raadslidmaatschap:

  • ingezetene van de gemeente;
  • minstens achttien jaar oud; en
  • niet uitgesloten van het kiesrecht.

In art. 13 en 15 Gemeentewet worden vervolgens de functies gegeven die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de raad. Een uitzondering wordt vervolgens gemaakt voor de periode na de verkiezingen, waarbij een raadslid ook voor een korte periode nog wethouder mag zijn.

In de wettelijk gestelde vereisten, wordt dan ook niet gesproken van een onverenigbaarheid van een strafblad met het raadslidmaatschap. Het geloofsbrievenonderzoek gaat tevens alleen na of er wettelijke belemmeringen zijn, die zijn er niet voor iemand met een strafblad. Het is dan ook een afweging van de partij zelf of personen met een strafblad op de kandidatenlijst komt. Een aantal partijen stellen een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) verplicht voor hun kandidaten, maar dit vindt geen wettelijke basis en het is grondwettelijk gewaagd te noemen. 

16. Wanneer is er als raadslid sprake van belangenverstrengeling?

Naar aanleiding van de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Graft De Rijp en Middelburg (2013) is duidelijk geworden dat het raadslid gewoon kan deelnemen aan de stemming in de raadsvergadering over een besluit waarbij zijn eigen belangen (privé dan wel zakelijk) worden geraakt dan wel betrokken. Het uitbrengen van een stem moet worden gezien als een fundamenteel democratisch recht. Wel moet dit raadslid ervoor waken dat hij de besluitvorming niet aanmerkelijk beïnvloedt. Hiervan kan sprake zijn bij (nadrukkelijke) deelname aan het debat, maar ook door het indienen van een motie of een amendement.

Niet alleen in de raadsvergadering moet hiervoor worden gewaakt, maar ook in de commissie of fractie. Als aannemelijk is dat het raadslid wel (aanmerkelijk) heeft beïnvloed, is het raadsbesluit daarmee onrechtmatig geworden.
Wanneer een raadslid de weg wil openhouden om in beroep te gaan tegen een raadsbesluit waarbij hij privé of zakelijk belanghebbende is (bijvoorbeeld de vaststelling van een bestemmingsplan), is het zaak dat hij dit vroegtijdig onderkent. Tegen het ontwerpplan moet hij een zienswijze indienen om later in zijn beroep ontvankelijk te kunnen zijn. Vanaf dat moment kan hij als raadslid geen bijdrage leveren aan het te nemen raadsbesluit. Noch in het debat noch door het uitbrengen van een stem. Dit is door de Afdeling bestuursrechtspraak uitgesproken in 2014 (Heusden). 

Fracties en zetels 

17. Als een raadslid wegens omstandigheden tijdelijk buiten de gemeente woont, mag het raadslid dan aanblijven?

Art. 10 Gemeentewet vereist dat een raadslid ingezetene is van de gemeente. Volgens art. 2 en 3 Gemeentewet zijn ingezetenen diegene die de ‘’werkelijke woonplaats in de gemeente hebben’’ en zo ook ingeschreven staan in de basisregistratie personen. Indien dat niet het geval is, wordt er dan ook niet voldaan aan deze vereisten, waardoor art. X1 Kieswet stelt dat het raadslidmaatschap dan van rechtswege ophoudt. De burgemeester moet de voorzitter van het stembureau daarvan op de hoogte stellen. Art. X5 Kieswet stelt ook dat indien een raadslid niet meer aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet, hij of zij de raad daarvan op de hoogte moet stellen en de reden daarvan te geven. Als een raadslid de raad er niet van op de hoogte stelt, waarschuwt de voorzitter van de raad het raadslid schriftelijk. Het staat het raadslid vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de dagtekening van de in het tweede lid gedoelde waarschuwing aan het oordeel van de raad te onderwerpen. Lid 3 bepaalt ten slotte dat het raadslid (binnen een termijn van acht dagen) de waarschuwing aan het oordeel van de raad kan onderwerpen. Bij dit besluit dient de raad wel hoor en wederhoor toe te passen (art. 4:8 Awb). Over de termijn waarin de raad een beslissing dient te nemen is geen wettelijke duidelijkheid. Wel zijn er geluiden geweest om dezelfde of eerstvolgende raadsvergadering erover te beslissen, om het raadslid niet langer in onzekerheid te laten verkeren. Op kortst mogelijke termijn dient een raad te beslissen. Tegen het besluit van de raad staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Met het oog op duidelijkheid en gelijke behandeling dient de Kieswet strikt te worden nageleefd, stelt de Afdeling.

18. Ben je als raadslid verplicht om de raadszetel op te geven, als je niet langer deel meer wilt uitmaken van de eigen fractie/partij, wanneer er afspraken zijn gemaakt over het afstaan van de zetel?

Raadsleden stemmen dan altijd zonder last, volgens hun persoonlijke opvatting. Zij zijn niet gebonden aan een last, een opdracht van of onder beïnvloeding van wie dan ook. Een raadslid is dan ook niet verplicht om de raadszetel op te geven, als die niet meer langer deel wilt uitmaken van de eigen fractie/partij.

19. Wat is bij het afstaan van de betekenis van een vooraf ondertekende overeenkomst waarin het raadslid ondertekent bereid te zijn, zijn zetel op te geven wanneer hij niet meer voor de partij wil optreden?

In veel partijen worden afspraken gemaakt tussen de politieke partij en (kandidaat)raadsleden. Veelal wordt een vorm van een (standaard) overeenkomst opgesteld en ondertekend. Juridisch zijn dergelijke overeenkomsten niet afdwingbaar. Niet waar zij verplichten tot het opgeven van de zetel, niet waar zij verplichten tot bepaald stemgedrag, niet waar zij bepaalde sancties of gevolgen bepalen. In hoeverre een raadslid zich politiek en moreel gebonden voelt, is aan hem zelf. 

Verkiezingen en wetgeving 

20. Dien je, om je verkiesbaar te stellen als raadslid, de afgelopen 5 jaar in Nederland te hebben gewoond?

Hiervoor biedt artikel B3 Kieswet uitkomst. Daarin wordt een onderscheid gemaakt tussen onderdanen van de Europese Unie of geen onderdanen. Voor EU onderdanen geldt de regel dat zij op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen van een Nederlandse gemeente dienen te zijn. Hiervoor hoeven zij niet de afgelopen vijf jaar in Nederland te hebben gewoond. Dat vereiste geldt wel voor geen EU-onderdanen, net als het vereiste dat zij rechtmatig in Nederland dienen te verblijven. 

21. Benoeming tussentijds raadslid. Moet de raad daarover stemmen?

De raad besluit niet over de benoeming van leden, maar wel over de toelating van een nieuw lid. Daarvoor moeten de geloofsbrieven worden onderzocht, wat vaak ter voorbereiding wordt uitbesteed aan een Commissie van de Geloofsbrieven. De commissie adviseert over het te nemen besluit over de toelating. In de regel wordt zo'n besluit zonder stemming genomen, omdat het advies in de regel luidt dat er geen beletselen zijn gevonden om het benoemde lid toe te laten en dat daartoe dus moet worden besloten. In de meeste gevallen kijkt de burgemeester vragend rond of 'een van de leden stemming verlangt' en laat dan de hamer vallen dat conform het advies van de commissie van de geloofsbrieven tot toelating van het nieuwe lid is besloten.

Als echter een of meer raadsleden willen stemmen, moet die gelegenheid worden geboden. In dat geval wordt mondeling gestemd. 

22. In een lokaal reglement van orde wordt iets bepaald dat niet in de Gemeentewet staat. Welke wetgeving geldt dan?

De Gemeentewet biedt ruimte voor lokale regelgeving. Het dient als een algemeen framewerk, waarbij het reglement van orde van de gemeente (en andere lokale wetgeving) ter aanvulling dient. Indien er lokaal geen verdere regelgeving wordt opgesteld, kan altijd worden teruggevallen op de Gemeentewet. Wanneer er wel een reglement van orde is, is dat echter leidend, met dien verstande dat daarin niet van de Gemeentewet kan worden afgeweken. 

Bronnen

1 https://vng.nl/onderwerpenindex/arbeidsvoorwaarden-en-personeelsbeleid/rechtspositie-politieke-ambtsdragers/samenloop-raadsvergoeding-met-uitkering-raadsleden

2 http://car-uwo.nl/onderwerpenindex/vakantie-en-verlof/verlof/verlof-en-non-activiteit-verband-met-een-politieke