Interview: "Wij creëren glanzen, glansjes én doorbraken!" - Marianne van den Anker
Communicatieadviseur Roel Batelaan ging in gesprek met Marianne van den Anker, ombudsvrouw binnen Ombudsman Rotterdam-Rijnmond.
Marianne van den Anker, het grote publiek leerde je aan het begin van dit millennium kennen als wethouder van Rotterdam. Was dit een uitgestippeld carrièrepad?
Ik ben van huis uit criminoloog en bestuurskundige, werkte onder andere bij de Erasmus Universiteit en bij Politie Rotterdam-Rijnmond. Ik zag in 2004 een advertentie in de krant voor wethouder namens Leefbaar Rotterdam en dacht: “Dit ben ik!” Veiligheid, volksgezondheid, emancipatie; een portefeuille die mij op het lijf was geschreven. Hoewel ik net twee jonge kinderen had, ben ik er toch voor gegaan. Het is belangrijk dat er mensen zitten op functies die verstand van zaken hebben.
De verkiezingen erop vielen tegen en Leefbaar Rotterdam kwam niet in het college.
Dat was wel een domper, je komt dan net op stoom. Maar met dezelfde frisse moed ben ik toen raadslid geworden. Die stap van ‘aan het roer staan’ naar één van de 45 raadsleden was een lastige. Ook zag je vanuit ervaring hoe anders de informatiepositie van de raad is, de toegang tot informatie is veel beperkter. Na twee jaar ben ik gestopt met het raadslidmaatschap.
Dus je hield het openbaar bestuur toen voor gezien?
Ik ben toen veel als dagvoorzitter gaan werken onder de vlag van mijn eigen bedrijf. Het werk speelde wel altijd binnen de publieke zaak af. Ook is het maken van radio-programma’s toen op mijn pad gekomen, samen met Rob Oudkerk heb ik onrecht aan het licht gebracht; van beschimmelde huurhuizen tot mensen die vermalen werden door Jeugdzorg. We startten altijd op locatie en probeerden een eerlijk programma te maken, we veroordeelden niet.
Dat gaat al een beetje lijken op je volgende carrièrestap; ombudsman of… moet ik ombudsvrouw zeggen?
Haha, ik noem mijzelf ombudsvrouw, maar het instituut heet ombudsman! Door mijn ombudsachtige radioprogramma’s was de interesse er en in 2022 kwam er een vacature in Rotterdam-Rijnmond. Meerdere mensen wezen mij hierop, ik solliciteerde en… ik kreeg de baan.
Zette je toen alles op zijn kop binnen de organisatie? Je staat immers bekend als een doorpakker.
Ik trof een mooie organisatie, maar ik vond het wel belangrijk dat we vindbaar waren voor de samenleving. We zaten in een kantoorpand achter vijf gesloten deuren… Dat moest anders, we zaten voorheen te wachten op klachten. Maar je moet jezelf juist openstellen. Ook heb ik een wijziging in de scope aangebracht; we zijn er niet alleen om de gemeentelijke organisaties tot ons werkveld te rekenen, maar ook alle uitvoerende diensten. “Iedereen die in puin wordt gereden door een organisatie die direct of indirect uit belastinggeld wordt betaald, moet kunnen rekenen op onze hulp”, zeg ik vaak. Het gaat dus niet sec om de gemeente, maar ook om het doelgroepenvervoer dat gemeenten uitbesteden en de GGZ en de daklozenopvang.
Waarom vind je dat zo belangrijk?
Mensen worden een klachtenjungle in gestuurd, juist op het moment dat er vaak sprake is van multiproblematiek. Sommige mensen zijn zes uur per dag bezig met het invullen van allerlei formulieren. Je moet, als er dan onverhoopt iets fout gaat, niet ook langs 25 loketten worden gestuurd.
Dat doe je onder andere door oploskoffie te serveren?
Wij brengen mensen bij elkaar die het probleem voor inwoners kunnen oplossen en doen dat gekscherend door een bakkie “oploskoffie” te serveren. Niemand mag zich verschuilen achter de wet of de minister; als er verlammende constructies zijn, moeten deze worden aangepakt. Zo gaan we van eigenaarschap naar samenaarschap. De publieke zaak is het hoogste goed dat wij hebben, daar moeten we zuinig op zijn.
Het vertrouwen in de overheid is tanende, is het belangrijk dat hoog te houden?
Ja, mensen moeten voordat ze in de penarie komen al worden geholpen; zo is veel problematiek (zoals verslaving, criminaliteit, hoge schulden) te voorkomen en zijn de maatschappelijke kosten ook lager. Zo behouden we het vertrouwen in de gemeenschappelijke zaak én wordt veel verdriet voorkomen. Deze mensen plengen levenstranen, hun leven voelt vaak ingewikkeld en uitzichtloos.
Rotterdam besloot precies 50 jaar geleden dus een lokale ombudsman te beginnen.
Exact, een halve eeuw geleden zijn we hier als eerste in Nederland begonnen met een lokaal gewortelde structuur van de ombudsman. In elke gemeente moet ofwel een lokale ombudsman zijn of de Nationale Ombudsman heeft deze rol binnen jouw gemeente. Vooral de grote steden (en aanpalende regio’s) werken met een eigen ombudsman.
Zijn deze allemaal hetzelfde ingericht?
Nee, er zijn gemeentes die een ombudscommissie hebben of waarbij ombudsmannen per klacht worden betaald of zonder enige vorm van personele bijstand functioneren. Het is een divers construct.
Wat bereik je nu concreet als lokale ombudsman in Rotterdam en omstreken?
Wij hebben het altijd over glans, glansje of een doorbraak. Bij een glans is de zaak opgelost. Bij een glansje is de zaak nog niet per se opgelost, maar is de relatie hersteld. Bij een doorbraak hebben we ervoor gezorgd dat eenzelfde geval niet nogmaals zal voorkomen.
Waar gaat het merendeel van de klachten over?
De meeste klachten gaan over zeggenschap, of beter gezegd: het ontbreken ervan. Vaak is er wel participatiebeleid, maar dat wordt dan eng toegepast. Dan wordt het afwerkparticipatie, vaak door externe bureaus…
Wat doe je daaraan als ombudsman?
Wij adviseren organisaties te ‘zimmen’, dat is beter dan het verwarrende woord ‘participatie’. Het staat voor: zeggenschap, inspraak, meepraten en meebeslissen. We hebben er zelfs een ‘ombudslat’ voor gemaakt. Een lat die organisaties, maar ook vooral de gemeenteraden, moeten hanteren om te controleren. Zo kan de raad achteraf of juist vooraf punten meegeven aan hun colleges om langs deze kaders te handelen. Inwoners of klanten vinden het belangrijk om mee te praten en mee te beslissen, dan voelen ze zich gehoord. Het is mede aan de raad om ervoor te zorgen dat het participatieproces goed is doorlopen.
En als het onverhoopt toch fout gaat?
Het is de ombudsbril die de raad op kan zetten nadat het mis is gegaan met het zimmen; met de ombudsbril leer je kijken vanuit de beginselen van behoorlijk bestuur, mensenrechten, kinderrechten en de Venice Principles. Er wordt dan gekeken naar het proces, naar de omgang met de inwoner, maar ook naar het resultaat van het (overheids)handelen.
Soms kiezen mensen ervoor om zelf niet mee te praten, dat zie je bijvoorbeeld aan het hoge aantal niet-stemmers.
Desondanks heeft de raad de morele plicht om rekenschap te geven van de mening van niet-stemmers. Zet een lege stoel in de raadzaal desnoods. Je kunt als raad niet alleen naar het aantal raadszetels kijken. Een deel van de niet-stemmers heeft het vertrouwen verloren.
Ook voor de gemeenteraad is de ombudsman belangrijk. Kun je uitleggen waarom?
Wij zien onszelf hier zeker als hulptroep van de raad. We signaleren trends en maken analyses, waar de raad zijn voordeel weer mee doet. Verder hebben wij een oor voor raadsleden als die zaken tegenkomen die eigenlijk meer bij ons dan bij hen thuishoren. Tenslotte denken we actief mee met de raad; als het moet, komen we inspreken op een bepaald onderwerp en we sturen met regelmaat brieven naar de raad. Het jaarverslag wordt zelfs specifiek besproken in de raad en met regelmaat zitten we met de raadsleden om tafel om het te hebben over integriteit.
Dit doe je vast niet allemaal alleen…
Wij zijn met een team van 25 personen als ORR betrokken bij de zaken die in de gehele regio Rotterdam-Rijnmond spelen. Rotterdam is de grootste netto betaler, daar gaat per saldo ook het meeste tijd in zitten.
Het klinkt of je nog elke dag vol passie aan de slag gaat!
Dat klopt zeker! Ik ben nu op 2/3 van mijn eerste termijn, maar ik wil door. Er is al veel in gang gezet, maar ik ga pas weg als ik zeker weet: “de beweging die is ingezet, zal niet meer weggaan”. Ik zie het leven als ombudsvrouw als een bestaan, niet als een baan…