U bent hier

Politicoloog Vollaard: Onderzoek naar de motieven van niet-stemmers

Een gemeenteraad die meer gezag wil veroveren bij alle inwoners moet zich realiseren dat niet-stemmers andere opvattingen hebben dan stemmers. Daarvoor dienen partijen zich te verdiepen in wat wegblijvers missen en belangrijk vinden. Daar valt, wat de opkomst betreft, winst te halen. Deze boodschap gaf Hans Vollaard raadsleden mee tijdens de Dag voor de Raad 2022. Vollaard is hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Utrecht.

Cameratoezicht, asielzoekers en cultuur

De conclusie dat wegblijvers zijn ‘afgehaakt’ en hun vertrouwen in de politiek kwijt zijn, gaat Vollaard te ver. Bij sommige doelgroepen valt in termen van opkomst naar zijn overtuiging nog best wat te halen. “Gooi alle stemmers op een hoop. Dan zie je dat niet-stemmers meer voor cameratoezicht zijn, minder voor de opvang van asielzoekers en vaker voor bezuinigingen op kunst en cultuur”. Gemeenteraden die van betekenis willen zijn voor alle inwoners, doen er goed aan zich dit te realiseren.

Vollaard vindt het terecht dat de politiek zich afvraagt hoeveel gezag raden hebben bij lage en/of dalende opkomsten. Maar is het echt kommer en kwel in de lokale democratie? 

Weg met negatieve teneur

Er is wel wat aan de hand, denkt de wetenschapper. Maar hij verzet zich tegen de negatieve teneur die na de laatste verkiezingen overheerste. “We kunnen elkaar de put in praten over het verval van de lokale democratie. Maar democratie is altijd wérken, contacten zoeken met inwoners, vechten voor je plek. We moeten echter niet per se constateren dat het heel slecht gaat.”

Zo blijkt volgens hem uit (nog ongepubliceerd) eigen onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat burgers niet hun interesse verloren hebben in lokale politiek. “Er zijn weinig mensen die echt negatief zijn.” Bijna 40 procent vindt volgens in 2022 hem dat raadsleden zich wel om hen bekommeren en dat rekening met hen wordt gehouden. Hij stak raadsleden een hart onder de riem: “Dat betekent dan dat u blijkbaar geen slecht werk hebt afgeleverd de afgelopen periode.”

Europese context

Ook zet hij vraagtekens bij de constatering dat de opkomst in Nederland zeer laag was, in Europese context en sinds de afschaffing van de opkomstplicht. De opkomst van de Tweede Kamerverkiezingen bleef altijd rond de 80 procent. Lokaal dipt de opkomst wel behoorlijk. Een (misschien schrale) troost is volgens hem dat deze trend zich ook elders in Europa voordoet.

Niet opnieuw opkomstplicht

Het opnieuw invoeren van een opkomstplicht ziet hij als ‘een paardenmiddel’. Wat volgens hem effectief kan zijn, is het tegelijk houden van landelijke en lokale verkiezingen, zoals in Zweden gebeurt, “Dat zorgt ervoor dat meer mensen naar het stembureau komen.” De opkomst is in Europa het hoogst in Vlaanderen (93 procent, mét een opkomstplicht). En daarna komt Zweden: opkomst 84 procent, niet heel veel lager dan tijdens Tweede Kamerverkiezingen in Nederland.

Uit plichtbesef stemmen

Niet-stemmers zijn volgens Vollaard niet per se afhakers. De kennis over lokaal bestuur moet volgens hem groter – ook onder stemmers, waarvan volgens hem een deel uit plichtsbesef naar de stembus gaat. Verder kan het volgens hem lonen meer te investeren in groepen met een laag inkomen, mensen met een praktische opleiding, jongeren, mensen met een migratieachtergrond en niet-Nederlanders met lokaal kiesrecht. Met name in die groepen zitten niet-stemmers.

Zichtbaarder zijn

Dat niet achterover geleund kan worden, staat voor de politicoloog vast. De lokale politiek moet zichzelf volgens hem vooral zichtbaarder maken en laten zien dat alle betrokken belangen en idealen worden ‘meegenomen’, ofwel gelijke representatie in de besluitvorming.’ Ook het handelen van het dagelijks gemeentebesturen en ambtenaren straalt verder af op het vertrouwen in politiek. “Investeer als raad niet zozeer aan het opkrikken van het opkomstcijfertje, maar aan lokaal burgerschap en een betrouwbaar gemeentebestuur", eindigde Vollaard zijn lezing.