Van raadslid tot staatssecretaris: het pad van Jurgen Nobel

Van raadslid tot staatssecretaris: het pad van Jurgen Nobel

Al op 25-jarige leeftijd mocht Jurgen Nobel als raadslid plaatsnemen in de raadzaal van gemeente Haarlemmermeer. Tien jaar later maakte de geboren Hoofddorper zijn entree in het kabinet als staatssecretaris Participatie en integratie.

Samen met communicatieadviseur Roel Batelaan blikte hij dit voorjaar terug op zijn nog immer actieve, politieke carrière. Op dat moment was Nobel nog staatssecretaris.

Hoe werd een jongeman als u destijds actief in de politiek?

Bij ons thuis was de lokale politiek nooit ver weg; mijn moeder was werkzaam bij een gemeente en mijn vader was wethouder in de gemeente Haarlemmermeer. Het ging aan de eettafel vaak over wat er in de omgeving speelde, als jong ventje kreeg ik dat allemaal mee. Ook de landelijke politiek werd nauwgezet gevolgd; we keken naar het nieuws en actualiteiten op de televisie.

De landelijke politiek maakte uw interesse in de democratie nog manifester, begreep ik?

Dat klopt; de opkomst van Pim Fortuyn in 2001 trok als brugpieper mijn aandacht. Ik zag een aimabele figuur en keek echt naar hem op. Thuis werd hij echter verguisd…

Uw politieke opvattingen kwamen niet geheel overeen met die van uw politiek actieve vader? 

Nee, mijn vader was een sociaal-democraat in hart en nieren en actief namens de PvdA. Toch raakte de dood van Fortuyn hem ook zeer, zoiets was eigenlijk onvoorstelbaar in Nederland. Ik was eveneens onder de indruk van de persoon Fortuyn, maar kon me niet in al zijn denkbeelden vinden. Gaandeweg kwam ik erachter dat mijn ideeën meer verwantschap hadden met die van de VVD.

Dus toen heeft u daar aangeklopt om actief te worden?

Dat is eigenlijk meer getrapt gelopen. Op zeker moment zag ik in het lokale huis-aan-huisblad een advertentie dat er een lokale JOVD, een jongerenafdeling van de VVD, in Haarlemmermeer zou worden opgericht. Met twee andere jongeren heb ik de afdeling vormgegeven en zijn we de luis in de pels geworden van de lokale VVD-fractie. Maar ik studeerde en ben op zeker moment gaan reizen in Zuid-Amerika.

De verkiezingen van 2014 leken te vroeg te komen…

Toch ging het bij mij kriebelen én het lokale VVD-bestuur had moeite met het vinden van jonge kandidaten. Ik kwam op een verkiesbare ‘plek zes’ op de kieslijst en na de ledenraadpleging steeg ik zelfs nog een plekje. De campagne begon en ik mocht als jongere meedoen aan debatten.

Liep dat goed af?

Eén debat staat mij nog helder voor de geest; een bijeenkomst voor scholieren op mijn oude school. Mede dankzij deze kruising van degens, georganiseerd door mijn oud-leraar, en actief flyers verspreiden bij sport- en judoclubs, heb ik mijn achterban in beweging gekregen op mij te stemmen. De campagne was een warm bad en ik bemachtigde met voorkeursstemmen een eigen zetel.

In de raadzaal was er geen publiek om te klappen…

Dat was inderdaad wel een overgang…Ik belandde in de harde realiteit, ook omdat ik altijd werd vergeleken met mijn vader. Dus iedereen lette op mij; of je nu oppositielid of juist coalitielid was… De ogen waren op mij gericht.

Dus u begon als backbencher, in de relatieve anonimiteit van de raad?

Nee, men vond dat ik het ook maar moest waarmaken; ik kreeg direct de relatief zware portefeuille ‘financiën’. Gelukkig bereidde ik de zaken voor met een ervaren raadslid, een accountant. We vulden elkaar goed aan; hij zat sterk op de inhoud, ik kon het geheel overgieten met een politiek sausje. Op zeker moment ging ik ook in de commissie- en raadsvergadering helemaal op eigen benen staan.

Er kwam op zeker moment wel een einde aan het raadslidmaatschap…  

Vanwege een gemeentelijk herindeling heb ik vijf jaar in de raad mogen zitten, waarvan twee jaar als fractievoorzitter. Ik werd daartoe gevraagd, want ik heb nooit aan stoelpoten willen zagen. Het was een unieke kans om de fractie te leiden, zeker gezien mijn relatief jonge leeftijd.

Want u werd in 2019 ook de jongste wethouder van het college van B&W?

Dat klopt; de jongste zijn, gaat altijd vanzelf een keer over, zeg ik altijd. Ik werd verantwoordelijk voor onder andere economische zaken, sport, stedenbanden en internationale zaken en ik werd de eerste loco-burgemeester. In de meeste gemeenten is internationale zaken geen portefeuille die veel tijd kost, in gemeente Haarlemmermeer vanwege de ligging van Schiphol binnen de gemeentegrenzen juist wel.

Wel had u twijfels om voltijd actief te worden in het openbaar bestuur…

Ik was klaar met mijn master bestuurskunde en had een eigen onderneming in koffie. Het was een hele stap om dit achter mij te laten. Ik gaf mijzelf een jaar de tijd om te kijken of het écht bij mij paste. Het antwoord mag duidelijk zijn, haha…

Hoe maakte u het wethouderschap tot een succes?

Gelukkig had ik behoorlijk wat kennis opgebouwd in de vijf jaar als raadslid, veel dossiers waren dus niet geheel nieuw voor mij. Verder huldigde ik altijd het principe ‘ik wil zien waarover ik besluit en wil met de mensen in gesprek’. Dus alleen een oordeel vellen naar aanleiding van een stuk papier dat ambtelijk werd opgesteld, deed ik niet.

Nu bent u staatssecretaris, is dat nu heel anders dan raadslid zijn?

Het mooie van raadslid zijn, is dat je het volk vertegenwoordigt, je controleert tegelijkertijd de bestuurders. Als lid van het kabinet ben je bestuurder; je geeft uitvoering aan iets dat Nederlanderg elke dag merken. Wat wel overeenkomt; je moet een thuisfront hebben dat steun geeft voor de belangrijke rol. Je bent in beide functies vaak in de avonden en in het weekend weg. Als er begrip is van gezinsleden waarom je doet wat je doet, kun je prima meerdere ballen in de lucht houden. Ik wens alle gekozen raadsleden in de nieuwe raadsperiode veel succes met het vervullen van dit mooie ambt.

Meer informatie

Dit artikel was onderdeel van ons tijdschrift 'Het Raadslid'. Lees hier het volledige magazine.