U bent hier

Kamer hecht aan woonplaatsvereiste

De Tweede Kamer houdt vast aan het principe dat ‘wethouders van buiten’ gaan wonen in de gemeente die zij dienen. Om ontheffing te verlenen, moet de gemeenteraad elk jaar opnieuw aan de hand van actuele omstandigheden beoordelen of er sprake is van een ‘bijzonder geval’.

De Kamer is het er van links tot rechts over eens dat de wethouder van buiten in de gemeente een uitzondering moet blijven. Na de verkiezingen van maart 2010 kwamen 104 van de 1.494 wethouders (zeven procent) van buiten de gemeente. Begin vorig jaar beschikten nog 84 wethouders over een ontheffing van het woonplaatsvereiste. Willibrord van Beek (VVD): ‘De grondregel zou moeten zijn: verhuizen naar de gemeente waar je werkt.’

Uit onderzoek naar de verlenging van ontheffingen, dat het ministerie van BZK onlangs met de VNG en de Wethoudersvereniging uitvoerde, bleek dat raadsleden zeker waarde hechten aan het woonplaatsvereiste voor wethouders van buiten. Maar zij vinden hun bestuurlijke kwaliteiten nog belangrijker.

Van minister Liesbeth Spies (BZK) valt geen verruiming te verwachten. Zij deelt het uitgangspunt van de Kamer dat een wethouder moet (willen) wonen in de plaats waar hij of zij werkzaam is. Spies zegde ook zonder omhaal toe dat zij met een nader voorstel zal komen voor de overgangsregeling voor bijbanen en neveninkomsten van zittende bestuurders. De Kamer vindt de huidige regeling te royaal. Er is nu al een politieke meerderheid van CDA, PvdA, D66 en SP om de nieuwe, strengere regels te doen gelden bij herbenoeming of herverkiezing. Op die manier moet, wat SP-kamerlid Ronald van Raak noemde, het ‘gat om voor eeuwig in bijbanen te kunnen grossieren’, wettelijk worden afgedicht.

De minister gaf wel aan dat terugkomen op een eerder afgesproken rechtspositieregeling met de daarbij verworven rechten ‘best heel fundamenteel is’. Het overgangsrecht zonder verrekenplicht voor neveninkomsten geldt nu zolang iemand ‘zonder onderbreking functioneert en wordt herbenoemd in hetzelfde ambt bij hetzelfde bestuursorgaan’.