U bent hier

Terug naar de consensusdemocratie

André Krouwel vindt dat echte innovaties in het openbaar bestuur uitblijven. Tijdens zijn sessie op de Dag voor de Raad kwam hij met originele voorstellen om de wensen van kiezers in de lokale politiek te honoreren en consensuspolitiek te versterken. Lees hier een verslag van de lezing van André Krouwel.

Politieke partijen hebben volgens de Nederlandse wet niet dezelfde status als in andere Europese landen. Politicoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam André Krouwel zet het expres wat aan: politieke partijen bestaan niet. Ze hebben dezelfde status als een voetbalclub of andere vereniging. ‘Het zijn gekozen vertegenwoordigers, meer niet.’
Een groot manco vindt hij, want daardoor hebben voor partijen niet de regels gelden als in “echte democratieën”. ‘In Zweden, Duitsland, Oostenrijk bevat de wet duidelijke rolbeschrijvingen voor politieke, waardoor die ook de middelen krijgen voor hun belangrijke taak.’ Dat maakt volgens hem dat partijen beter kunnen opereren, maar zo’n juridische beschermde status maakt ook dat controle mogelijk is, bijvoorbeeld op de geldstromen.

Lokale partijen

Vooral lokale partijen zijn daarvan de dupe. ‘Zij hebben niet de toegang tot de middelen die landelijke partijen wel hebben. Dat leidt tot rare taferelen. Zoals in Den Haag, waar De Mos zegt dat hij net anders kan dan donaties van het bedrijfsleven aannemen, ook al moet hij daarna vergunningen uitdelen.’

Personeelstekort

De versplinteren van de Nederlandse politiek leidt volgens de politicoloog tot grote problemen, die ook coalitie- en collegevorming parten speelt. ‘Politieke partijen worden onvoorspelbaarder en de politiek wordt voor burgers chaotischer.
Terwijl er steeds meer focus is op personen in de politiek, treedt tegelijk een personeelstekort is op. Veel partijen hebben moeite lokale afdelingen te bemensen en goede raadsleden te vinden. Om nog maar te zwijgen van goede wethouders, die daarna buiten de lokale samenleving moeten worden gezocht.’

Amateursport

Ieder raadslidmaatschap beseft dat z’n lekenfunctie steeds meer tijd vreet. ‘Als je dat naast een baan moet doen is het bijna niet te doen. Je ziet steeds meer stemmen opgaan om er een voltijds raadslidmaatschap van te maken een professionalisering te bewerkstelligen. Met andere woorden: om er een echt een beroep van te maken.’ Dat zou jammer zijn, vindt hij, ‘het is juist goed dat het amateursport is.’

Selectief met informatie

Hij heeft veel kritiek op “asymmetrische verhouding” die hij ziet in de lokale politiek. ‘Zelf heb ik dat ook ervaren. Als je als raadslid iets wilde doen, moest je achter de informatie aan. Ambtenaren moesten dan eerst even langs de wethouder of de informatie verstrekt mocht worden. Dat kon dan meestal niet, want er moest eerst nog een juridisch adviesje overheen.
Er zijn wel twintig dingen te bedenken die een groot apparaat kan bedenken om informatie selectief dan wel voorzichtig aan u toe te doen komen.’

Topsporters tegenover amateurs

Nog zo’n manco is het gebrek aan ondersteuning van raadsleden. ‘Als er al fractiemedewerkers zijn, vrijwilligers, is het heel wat.’ Nogmaals trekt hij de vergelijking met amateursport. ‘Er is een enorme discrepantie tussen de amateurs in de raad en de pure professionals van burgemeester en wethouders, die kunnen beschikken over een ambtenarenapparaat en andere, soms persoonlijke adviseurs. In termen van de controle van macht is dat bijna onmogelijk om te doen voor amateurs.
De professionalisering aan de andere kant groeit, door het aantrekken van wethouders van buiten de raad. Nog meer topsporters in de wedstrijd tegen de amateurs. Alsof je mijn oude clubje FC Brederode mee laat spelen in de eredivisie.’
Het woord “amateurs gebruikt hij in de oorspronkelijke betekenis van “liefhebbers”. ‘Het wil helemaal niet zeggen dat raadsleden niet goed zijn. Maar aan hun ongelijke machtspositie moeten we echt iets doen.’

'Er is een enorme discrepantie tussen de amateurs in de raad en de pure professionals van burgemeester en wethouders, die kunnen beschikken over een ambtenarenapparaat en andere, soms persoonlijke adviseurs.'

Zorgen om boosheid

Krouwel maakt zich zorgen over de enorme boosheid die zich meester maakt van de samenleving. Onder burgers, maar zeker ook in de politiek. Het grote aantal partijen dat meedoet aan verkiezingen suggereert dat er sprake is van veel engagement en een grote mate van betrokkenheid.
Maar hij ziet dat overschaduwd worden door polarisatie, vooral op de flanken, zowel links als rechts. Consensusvorming, een lange traditie in de Nederlandse politiek, raakt daardoor uit het zicht. En het vormen van stabiele coalities zal steeds moeilijker worden, zoals we nu in de landelijke politiek zien.

Bij de woede van partijen op de flanken kan hij zich wel iets voorstellen. ‘Niet gek, als je niet tot het establishment behoort, terwijl landelijke partijen meer profiteren van het systeem. We moeten eerst juridische gelijkheid bewerkstelligen.’

Niet 7 maar 4 wethouders

Voor de coalitievorming heeft hij een aantal originele ideeën. Puttend uit zijn eenmalige ervaring als formateur (in Almere): ‘Toen heb ik ervoor gezorgd dat er niet zeven wethouders kwamen, maar vier. Meer dan genoeg, zelfs in zo’n grote stad. Als vijf partijen meedoen moeten sommige maar samen een wethouder leveren. Dat is eerder vertoond, maar te weinig.
Het mooie daaraan is dat twee partijen dan weer over alle eigen belangetjes heen moeten stappen. Een vast aantal van vier wethouders terwijl er meer aan een coalitie meedoen, dwingt partijen tot het zoeken van consensus. Niet zoals nu: dan benomen we maar acht of negen wethouders.’

Meerdere stemmen

Een ander onorthodox idee van Krouwel: ‘Veel kiezers hebben een voorkeur voor twee of meer partijen. Waarom laten we hen niet meerdere stemmen uitdelen? Dan krijg je een veel betere afspiegeling van wat ze echt willen. Of laat mensen die vier wethouders rechtstreeks kiezen. Dan kunnen ze er soms een van hun eigen partij kiezen, maar soms ook niet.’

Weinig lef

In het huidige politieke stelsel is weinig ruimte voor experimenten, vindt Krouwel. ‘Er is weinig lef om echt iets groots te doen. Ook raadsleden hebben te weinig fantasie en te weinig durf.
Gemeenten zouden aan hun inwoners eens moeten vragen welke partijen zij vinden dat in de raad moeten zitten, en welke in het bestuur. Dat zijn echte experimenten waardoor je kiezers, politici en partijen dwingt over nichebelangen heen te stappen. Zo kun je komen tot beleid waar een brede meerderheid voor is en niet een toevallige coalitie of een deal.’

De polarisatie moet in de visie van Krouwel een halt worden ingetoomd, liefst door het politieke spel eerlijker en inhoudelijker te spelen. ‘Als de huidige polarisatie doorzet en we aan elkaars motieven twijfelen zoals populistische partijen doen, komen we er niet uit.
Het is als in een huwelijk. Als je al begint met ruzie wordt het ingewikkeld dat bij elkaar te houden. Ik zie veel politieke huwelijken mislopen en verzuurde verhoudingen. Het gaat vaak niet over het afvalsysteem of over jongeren die niet aan een woning komen. Nee, het gaat over onderlinge verhoudingen. Natuurlijk heb je in de politiek opponenten. Maar opponenten zijn geen vijanden! Dat zijn mensen die met een andere blik naar de wereld kijken en iets anders voor elkaar willen krijgen. Dat respect moet je afdwingen. We moeten zelf die moraal weer terugbrengen in de politiek.’   

Meer informatie

- De presentatie van André Krouwel tijdens de Dag voor de Raad.
- De module Coalitievorming in de digitale leeromgeving voor raadsleden.

 Kijk hier de sessie van André Krouwel terug.