U bent hier

Tussentijdse ontbinding gemeenteraad

DEN HAAG - De mogelijkheid van tussentijdse ontbinding van de gemeenteraad wordt in de komende maanden bestudeerd, als het aan minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk ligt.

In combinatie met het verkennen van mogelijke tussentijdse ontbinding van de raad wil de minster ook bezien wat het hoofdschap van de gemeenteraad betekent. Dit blijkt uit de begroting van de minister zoals die dinsdag aan de Tweede Kamer is aangeboden. De minister wil zijn licht over deze punten laten schijnen omdat dit najaar de viering voor 200-jaar Koninkrijk der Nederlanden van start gaat.

Doe-democratie en participatiemaatschappij

De buzzwoorden in de Troonrede en de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn doe-democratie en participatiemaatschappij. Het ministerie wil de doe-democratie bevorderen door samenwerking met netwerken als Kracht van Nederland, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), vernieuwende gemeenten die de doe-democratie nastreven, en met netwerken van professionals zoals de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS) en van Raadsgriffiers. Over de rol van de gemeenteraad en van burgers laat de minister zich in zijn begroting niet uit.

De samenwerking met Kracht van Nederland moet er toe leiden dat belemmeringen in regelgeving voor vrijwilligers worden weggenomen. Ook moet het een aantal evaluaties opleveren over de effecten van regelgeving op actief burgerschap.

Mensen willen eigen keuzes maken

In de Troonrede, die voor het eerst uitgesproken werd door Koning Willem-Alexander, werd afscheid genomen van de klassieke verzorgingsstaat. Die heeft regelingen voor sociale zekerheid en langdurige zorg voortgebracht die volgens het kabinet in de huidige vorm onhoudbaar zijn en niet meer aansluiten bij de verwachtingen van mensen. ‘In deze tijd willen mensen hun eigen keuzes maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen. Het past in die ontwikkeling zorg en sociale voorzieningen dicht bij mensen en in samenhang te organiseren.’ De verzorgingsstaat verandert daarom in een participatiesamenleving.

Daarom wil het kabinet taken voor langdurige zorg, participatie en jeugdzorg overdragen aan gemeenten. Dat gebeurt met minder budget. Onduidelijk is nog of het ook tot minder voorschriften leidt. Het kabinet is er bijna een jaar na de aankondiging van deze decentralisaties nog niet uit of het geld in een grote pot – één deelfonds voor het sociale domein – wordt gestopt, met bijbehorende vrijheid tot besteding voor gemeenten en gemeenteraden. Minister Plasterk belooft dat er komend najaar helderheid wordt geboden.