U bent hier

Werkconferentie burgemeester van de toekomst vanuit het perspectief van een raadslid

DEN HAAG - Raadsleden, burgemeesters, wethouders, gemeentesecretarissen, griffiers en commissarissen van de Koning kwamen bijeen voor de bijeenkomst ‘burgemeester van de toekomst’ dat door het ministerie van Binnenlandse Zaken werd georganiseerd. Raadslid Bram Diepstraten uit de gemeente Velsen beschrijft de bijeenkomst vanuit het perspectief van een raadslid.

Maandag 20 juni had ik het genoegen en de gelegenheid aanwezig te zijn bij de werkconferentie ‘Burgemeester van de toekomst’. Op deze regenachtige dag, die regenrecords zou gaan breken, was ik een van de weinige raadsleden die zich aansloot bij het gezelschap burgemeesters, commissarissen van de Koning, griffiers, wethouders, secretarissen, en provincie- en Rijksambtenaren. Het verslag van deze conferentie, die enthousiast werd geleid door dagvoorzitter Liesbeth Spies, vanuit het perspectief van BZK kunt u hier lezen. Ik wil daar de observatie van mijn kant als raadslid tegenover zetten.

Indringer
Het verslag van BZK geeft heel goed de omstandigheden weer waarin ik als een van die 5 raadsleden de beraadslagingen gadesloeg en me in de discussies probeerde te mengen. Het gaf me ook een intrigerend beeld van hoe onze niet-gekozen bestuurders tegen de lokale politiek en raadsleden aankijken. En dat is niet bijster positief kan ik u zeggen. Het gaf me ook de gelegenheid te observeren hoe deze beroepsgroep zijn eigen toekomst bespreekt en vooral niet reflecteert op hun eigen functioneren. Nou ja, ik hoorde vooral de loftrompet over hoe goed burgemeesters en rechters in dit bestuurlijke stelsel gewaardeerd zouden worden. Van zelfinzicht en kritiek op het eigen handelen bijvoorbeeld bij het (niet) betrekken van de samenleving bij de komst van noodopvang voor asielzoekers en AZC’s geen sprake. Van het besef van verantwoordelijkheid voor het functioneren van en cultuur binnen de gemeenteraad en gemeentebestuur geen sprake. 

Ik voelde me bijna een indringer bij een groep intimi, hoewel ik ook een paar intrigerende gesprekken heb gevoerd met een CdK, een ander raadslid en een burgemeester. De CdK liet zijn frustratie over het gebrek aan vrouwelijke burgemeesters in zijn provincie blijken en zijn worsteling om vrouwen enthousiast te krijgen voor het ambt. Zijn beschrijving van het verschil tussen de denkwijze en zelfbewustzijn van vrouwen en mannen is treffend.  Vrouwen voelen zich ongekwalificeerd, terwijl mannen zichzelf overkwalificeren. Daarom solliciteren er zo weinig vrouwen volgens hem. Ik bewonder zijn drive om juist vrouwen aan te moedigen te solliciteren.

Inrichting lokaal bestuur en lokale democratie
Burgemeesters zijn bekender dan wethouders en raadsleden. Ze zijn vaak het gezicht van de gemeente en het gemeentebestuur en moeten boven de partijen staan en onafhankelijk zijn. In die zin zijn zij medebepalend voor het aanzien van het gemeentebestuur en nauw verbonden met de inrichting van het lokale bestuur en de lokale democratie. De meeste aanwezigen op de conferentie zijn van mening dat vooral eerst aandacht besteed moet worden aan het versterken en verbeteren van de lokale democratie. Pas daarna kan er gepraat worden over de aanstellingswijze van burgemeesters, was de brede consensus. Regelmatig werd gerefereerd aan het advies van de commissie Van de Donk ‘Op weg naar meervoudige democratie’.

Gekozen burgemeester
Een van de sprekers in het eerste deel van het programma, Arno Brok burgemeester van Dordrecht, brak overigens een duidelijke lans voor de gekozen burgemeester. Daar voegde hij wel een pessimistische toekomstblik aan toe: ‘Maar ons land kennende, verandert er helemaal niets. Er zijn zoveel verschillende meningen, wij gaan hier niet uitkomen.’ Als je eens goed bij deze uitspraken stilstaat, zie je een paar waardeoordelen over de democratie in Nederland, maar ook het failliet van onze polderpolitiek. Misschien denk ik te simpel, maar als een meerderheid een gekozen burgemeester wil, dan komt ie er gewoon. Dan kent deze burgemeester ons land toch niet goed genoeg, want de roep om een gekozen burgemeester wordt steeds groter. Of hij probeerde de aanwezige burgemeesters gerust te stellen.

De landelijke discussie erover gaat gegarandeerd komen omdat een volgend kabinet zich zal moeten buigen over de tweede lezing van de grondwetswijziging tot deconstitutionalisering van de aanstellingswijze. Een bijna onuitspreekbaar woord, bleek wel tijdens deze middag. Het betekent gewoon ‘het uit de grondwet halen van…..’. Als copywriter hoorde ik die middag sowieso veel ambtelijk en wollig taalgebruik die het vooral binnen dit selecte gezelschap goed doen, maar waar inwoners van onze gemeenten weinig van zullen begrijpen.

Huidige aanstellingsprocedure
In een van de 10 discussiesessies waarin we in klein verband discussieerden over een tekst over de burgemeestersbenoeming voor het nieuwe regeerakkoord, ging de discussie vooral over de verbetering van de lokale democratie. Mijn roep om de gekozen burgemeester toch te overwegen, werd met gemengde gevoelens en soms hoongelach ontvangen. ‘Waarom, wat is het probleem? Er is toch geen probleem dat opgelost moet worden.’ Ik heb maar niet geroepen dat ik in dit gezelschap de enige gekozen volksvertegenwoordiger was. Maar ik heb wel mijn worsteling verwoord met het huidige systeem van vertrouwelijke behandeling. Alles is geheim, behalve het uiteindelijke besluit van de gemeenteraad om een kandidaat voor te dragen. Ook de vergadering waarin de vertrouwenscommissie haar bevindingen terugkoppelt aan de raad is geheim. ‘Ja, maar dat kun je toch uitleggen?’ Ja natuurlijk kan ik mijn kiezers melden dat de procedure goed is gegaan en dat we de beste kandidaat hebben geselecteerd. Mijn ervaring is echter dat de kiezer dat niet meer zomaar accepteert. Hij wil bijvoorbeeld weten waarom die kandidaat zo goed is ten opzichte van andere kandidaten. Overigens ben ik zeer tevreden met mijn nieuwe burgemeester Frank Dales, maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de onvrede die onderhuids leeft in de samenleving over politieke benoemingen.

Onafhankelijkheid en politieke benoemingen
De aanwezige burgemeesters vonden dat het huidige systeem onafhankelijkheid waarborgt en niet politiek is. Maar is dat werkelijk zo? Ik betwijfel dat. De meeste burgemeesters, en ook andere topbestuurders, komen voort uit de grote landelijke (bestuurders)partijen die al lang het merendeel van bestuursfuncties bezetten. Zorgt dat systeem er echt voor dat altijd de juiste man/vrouw op de bestuurszetel zit? Echt onafhankelijk ben je pas als een partijlidmaatschap of een politiek-bestuurlijke carrière er niet meer toe doet. De rol van de commissarissen van de Koning moet wat mij betreft ook niet onderschat worden. In onze provincie Noord-Holland komt de commissaris er openlijk voor uit dat hij graag grotere fusiegemeenten ziet. Dat benoemt hij vaak bij procedures voor burgemeestersbenoemingen. De commissarissen doen ook altijd zelf een voorselectie van alle kandidaten die gereageerd hebben. Ja, dat doen we op basis van het functieprofiel dat de gemeenteraad heeft opgesteld, is hun repliek. Maar waarborgt dat een onafhankelijke voorselectie? Feit blijft dat er in Nederland nauwelijks partij-onafhankelijke burgemeesters en bestuurders van overheidsorganisaties zijn. In mijn optiek wordt er te veel waarde gehecht aan politiek-bestuurlijke ervaring in het verleden.

Zonder een andere kijk op het burgemeestersambt en de benoeming geen versterking van de lokale democratie
In mijn discussiegroep werd echter de brede mening gedeeld dat aan een discussie over de benoeming van burgemeesters eerst een verandering van de lokale democratie vooraf moet gaan. Mijn mening is echter dat de ene verandering niet zonder de andere gaat. De burgemeester is onderdeel van de lokale democratie en medeverantwoordelijk voor die verandering. Daar komt nog bij dat representatief onderzoek laat zien dat ook de samenleving een verandering van de benoemingswijze wil. Dan heb ik het nog niet over de gekozen burgemeester, hoewel zich daar ook een meerderheid voor lijkt af te tekenen.

Kritiek op gemeenteraden
Tijdens het afsluitende plenaire deel van de conferentie kregen we de uitkomsten en meningen uit de andere discussiegroepen voorgeschoteld. Daarin werden de argumenten waarom vooral eerst naar de gezondheid van de lokale democratie te kijken en niet naar de benoemingswijze van de burgemeester, nog eens fijntjes herhaald. Het toppunt vond ik de ‘constatering’ dat gemeenteraden vooral maar eens naar zichzelf moesten kijken en dat die kwalitatief moeten verbeteren. Men zag ook raden met veel nieuwe raadsleden als een zwakte en risico, waarschijnlijk doelend op een gebrek aan ervaring en aan de weigering om zich aan een bepaalde ingesleten cultuur te committeren. Ik zie in mijn eigen gemeenteraad met 60% nieuwe raadsleden een nieuwe wind waaien en een rigoureuze cultuurverandering ontstaan. Een raad die met elkaar wil samenwerken en debatteert op de inhoud. Een raad met veel nieuwe raadsleden biedt juist kansen. Burgemeesters zouden die kansen moeten aangrijpen en de cultuurveranderingen in goede banen moeten leiden. Want de burgemeesters vergaten even dat zij als voorzitter van de gemeenteraad net zo goed de kwaliteit van een gemeenteraad en van de lokale politiek bepalen. En dus medeverantwoordelijk zijn voor raden die in hun ogen niet goed functioneren (als dat al het geval zou zijn).

Burgemeesters hebben een belangrijk democratisch stuur in handen. Laat ze dat vooral gebruiken om de colleges en gemeenteraden te sturen naar democratische vernieuwing en naar meer interactie met de samenleving.

Idee: conferentie voor Raads- en Statenleden over de burgemeester en commissaris van de toekomst?
Ik begrijp ook wel dat een beroepsgroep die vindt dat het goed functioneert de situatie en benoemingswijze graag in stand houdt. De angst voor een onzekere toekomst speelt in iedere beroepsgroep een rol. En laten we niet vergeten dat veel ook gewoon goed gaat en dat we in Nederland veel goede burgemeesters hebben. Maar dat ontslaat ons niet van de noodzaak om na te denken over veranderingen waar onze samenleving om vraagt. Daarom ben ik voor bredere discussies over de toekomst van de lokale democratie en de toekomst van burgemeestersaanstellingen. Hoe kijken andere raadsleden tegen het burgemeestersambt aan? Wat vinden Statenleden van de rol van de commissaris en van de burgemeesters? Hoe kijken gemeenteambtenaren aan tegen het gemeentebestuur en de rol van de burgemeester? En niet te vergeten; hoe denken onze inwoners over de invulling van het burgemeesterschap van hun gemeente?

Tot slot: verschillen tussen gemeenten
Dat is een mooi opstapje naar de afsluiting van mijn verslag en observatie. De voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur (ROB) Jacques Wallage overhandigde tijdens de conferentie zijn advies over de toekomst van het ambt van burgemeester aan de Minister van BZK Ronald Plasterk. Daarin geeft de ROB in overweging dat je per gemeente best een andere wijze van benoeming van burgemeesters kunt hebben. De keuze daarvoor en voor de rolopvatting van het burgemeestersambt zou je aan de lokale politiek kunnen overlaten. De Raad constateert namelijk terecht grote verschillen in cultuur en omstandigheden tussen de 390 gemeenten in Nederland. De aanwezige burgemeesters leken ook dat onderscheid eng te vinden, omdat daardoor volgens hen samenwerking tussen gemeenten moeilijker zou worden. Ik denk niet dat het moeilijker wordt. Het zal gemeenten en burgemeesters wel nopen tot veranderingen in de wijze van samenwerking. Hebben de wijzen uit het heden en verleden ons niet geleerd dat verandering goed is?

Bron: Bram Diepstraten, 29 juni 2016.

Social media: Raadslid.Nu is ook te volgen op Twitter (@RaadslidNu), Facebook en Linkedin.

Raadslid.Nu is de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en staat voor een sterke en krachtige positie van gemeenteraden ten behoeve van het functioneren van de lokale democratie.

Wist u dat sinds de wijziging van het rechtspositiebesluit voor raads- en commissieleden, de gemeente de contributie van de beroepsvereniging vergoedt, waarvan een raadslid in verband met de uitoefening van zijn functie lid is.    

Nog geen lid van de vereniging? Een collectief lidmaatschap kost maar 35 euro per persoon en commissieleden en fractieondersteuners vallen, wanneer zij ook aangemeld zijn, binnen een collectief lidmaatschap. Het individueel lidmaatschap kost 75 euro. Aanmelden kan hier!