Veelgestelde vragen
Om je zo goed mogelijk te helpen met betrekking tot vragen over jouw lidmaatschap, kun je hieronder de veel gestelde vragen raadplegen.
Om je zo goed mogelijk te helpen met betrekking tot vragen over jouw lidmaatschap, kun je hieronder de veel gestelde vragen raadplegen.
Om je vraag zo goed mogelijk te beantwoorden kun je mailen naar ledenadministratie@raadsleden.nl, daar staan we je graag te woord.
Opzegging van het lidmaatschap dient schriftelijk of per e-mail te geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar (= kalenderjaar) met een opzegtermijn van vier weken.
Een lid kan echter zijn lidmaatschap onmiddellijk beëindigen indien redelijkerwijs niet van hem gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren (bij beëindigen raadslidmaatschap).
Gehele of gedeeltelijke restitutie van contributie is niet mogelijk.
Ga naar de Leeromgeving en klik op “Nog geen account? Registreer met een code.” Gebruik de code WLK1N4 en maak daarna je eigen logingegevens aan.
Ga naar de Leeromgeving en klik op “wachtwoord vergeten”. Vul uw e-mailadres in, daarna krijgt u twee opties toegestuurd om in te loggen.
Uw inloggegevens zijn niet hetzelfde voor de Digitale Leeromgeving en de Competentiescan. Om het makkelijk te maken kun je je inlog en wachtwoord wel hetzelfde houden.
Klik hier op “Mijn competentiescan” en klik daarna op account aanmaken.
Klik hier op “Mijn competentiescan” en klik daarna op “Nieuw wachtwoord aanvragen”.
Uw inloggegevens zijn niet hetzelfde voor de Digitale Leeromgeving en de Competentiescan. Om het makkelijk te maken kun je je inlog en wachtwoord wel hetzelfde houden.
Raadsleden ontvangen voor het vervullen van hun ambt in 2025 minimaal € 1.240,07 en maximaal € 3.038,94 per maand, afhankelijk van de gemeentegrootte. Deze vergoeding wordt elk jaar aangepast aan de inflatie. Raadsleden ontvangen de vergoeding met ingang van de dag van de beëdiging.
Er is een mogelijkheid voor gemeenten om door middel van een verordening gedeeltelijk af te wijken van de vastgestelde vergoeding. De gemeenteraad kan bepalen dat maximaal 20% van de vergoeding wordt uitgekeerd op basis van aantal gehouden vergaderingen. Op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen van een raadslid geschiedt vervolgens de uitkering. Deze regeling is getroffen om het zogeheten verschijnsel van zogenaamde spookraadsleden, raadsleden die nooit naar de vergadering komen, te beperken.
Als een gemeente groeit en een inwonertal bereikt dat in een hogere inwonersklasse valt, dan worden ook de vergoedingen van raadsleden aangepast. Het inwonertal wordt door het CBS per 1-1 vastgesteld.
De groei moet echter structureel zijn. Om die reden is bepaald dat de indeling voor de vergoedingen in een hogere inwonersklasse tweemaal per 1-1 moet zijn vastgesteld.
Blijkt ook op de tweede teldatum het inwonertal zich binnen de grenzen van de nieuwe klasse te bevinden, dan worden met terugwerkende kracht de vergoedingen aangepast.
De hoogte van de vergoeding per inwonersklasse, kunt u hier vinden.
Ja, een uitkering heeft invloed op uw raadsvergoeding. Voor meer informatie verwijzen wij graag door naar de pagina Uitkering en Raadsvergoeding.
Ja, fractievoorzitters ontvangen een toelage naast de vergoeding voor het raadslidmaatschap. Deze vergoeding is €89,46 per maand, vermeerderd met €12,77 voor elk raadslid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage is maximaal €191,67 per maand.
Zie ook: Artikel 3.1.5 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Raadsleden die lid zijn van een vertrouwenscommissie krijgen een toelage van €153,33 per maand. De toelage wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie verleend. De vertrouwenscommissie is een zogeheten zware commissie.
Zie ook: Artikel 3.1.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Ja, een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie ontvangt voor de duur van deze activiteiten een toelage ten laste van de gemeente.
De hoogte hiervan wordt per verordening bepaald, deze kan per jaar echter niet hoger zijn dan driemaal de maandelijkse vergoeding die het raadslid ontvangt voor het vervullen van zijn ambt, dit bedrag is dus afhankelijk van de inwonersklasse van de betreffende gemeente.
Zie ook: Artikel 3.1.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Ja, raadsleden ontvangen standaard een onkostenvergoeding van € 215,94 per maand. Dit bedrag dient om de onderstaande kosten te dekken, deze kunnen dus niet ook nog gedeclareerd worden.
Deze kosten dienen dus niet ook nog gedeclareerd te worden. Het raadslid mag (een deel) van de onkostenvergoeding afdragen aan de politieke partij, maar dit is niet verplicht.
Ja, gemeenteraadsleden hebben ten laste van de gemeente recht op een vergoeding van de reiskosten die zij maken bij het vervullen van hun politieke ambt. Deze vergoeding is 23 cent per kilometer. Te declareren zijn de reiskosten die zij maken voor het bijwonen van vergaderingen van de raad en commissies, alsmede reis- en verblijfskosten voor reizen binnen en buiten de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie. Bij gebruik van eigen vervoersmiddel worden tevens parkeerkosten vergoed.
Ja, raadsleden kunnen sommige kosten in het kader van scholing laten vergoeden. De belangrijkste voorwaarde is dat het gaat om niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie als raadslid. Partijpolitieke scholing en cursussen worden niet vergoed door de gemeente.
Voorbeelden van scholingskosten zijn: cursus- en lesgelden, studiemateriaal en reiskosten voor de opleiding. De raad mag nadere regels stellen betreffende vergoedingswaarde scholing.
Zie ook: Artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Ja, een raadslid ontvangt ten laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 136,85 per jaar.
Ja, een raadslid ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten van een geneeskundige behandeling of verzorging in verband met beroepsziekte of een dienstongeval.
Dit gaat wel alleen op in zoverre als de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid van het raadslid zijn te wijten.
Zie ook: Artikel 3.3.6 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Raadsleden bouwen geen pensioen op. De gemeenteraad is daarom verplicht om een vergoeding uit te keren voor het treffen van voorzieningen ter zake arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Dit is jaarlijks een bedrag ter hoogte van de vergoeding voor hun werkzaamheden van één maand.
Omdat de vergoeding bedoeld is de pensioenopbouw, is de vergoeding slechts bedoeld voor raadsleden die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt hebben.
Ja, de contributie voor lidmaatschap van een beroepsvereniging wordt ten laste van de gemeente vergoed. Dit geldt dus ook voor de contributie van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden.
Ja, fracties hebben recht op financiële ondersteuning . Deze ondersteuning verschilt per gemeente. Gemeente moeten een 'verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning' vaststellen. Hierin wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, doorgaans bestaat het bedrag uit een vast bedrag per fractie, plus een variabel bedrag per raadszetel. Fracties kunnen dit geld onder andere gebruiken om betaalde fractieondersteuners in dienst te nemen, bijvoorbeeld iemand die uw website actualiseert of de voorbereiding doet voor vergaderingen.
Nee, raadsleden ontvangen geen wachtgeld.
Een raadslidmaatschap is geen betaalde baan, maar een nevenfunctie. Daarom zijn er geen voorzieningen zoals een WW-uitkering of wachtgeld na afloop van de raadsperiode. Raadsleden krijgen alleen een maandelijkse vergoeding voor hun werkzaamheden en een onkostenvergoeding zolang ze actief in de raad zitten.
Nee, sociale zekerheidswetgeving heeft geen betrekking op raadsleden. U valt dus niet onder de Ziektewet, de WW, of de WIA. In geval van ziekte worden uw bezoldiging en onkostenvergoeding doorbetaald. Wel kunt u in geval van zwangerschap of ziekte met betaald zwangerschaps- of ziekteverlof.
Art. 10 Gemeentewet vereist dat een raadslid ingezetene is van de gemeente. Volgens art. 2 en 3 Gemeentewet zijn ingezetenen diegene die de ‘’werkelijke woonplaats in de gemeente hebben’’ en zo ook ingeschreven staan in de basisregistratie personen. Indien dat niet het geval is, wordt er dan ook niet voldaan aan deze vereisten, waardoor art. X1 Kieswet stelt dat het raadslidmaatschap dan van rechtswege ophoudt. De burgemeester moet de voorzitter van het stembureau daarvan op de hoogte stellen.
Art. X5 Kieswet stelt ook dat indien een raadslid niet meer aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet, hij of zij de raad daarvan op de hoogte moet stellen en de reden daarvan te geven. Als een raadslid de raad er niet van op de hoogte stelt, waarschuwt de voorzitter van de raad het raadslid schriftelijk. Lid 3 bepaalt ten slotte dat het raadslid (binnen een termijn van acht dagen) de waarschuwing aan het oordeel van de raad kan onderwerpen. Bij dit besluit dient de raad wel hoor en wederhoor toe te passen (art. 4:8 Awb).
Over de termijn waarin de raad een beslissing dient te nemen is geen wettelijke duidelijkheid. Wel zijn er geluiden geweest om dezelfde of eerstvolgende raadsvergadering erover te beslissen, om het raadslid niet langer in onzekerheid te laten verkeren. Op kortst mogelijke termijn dient een raad te beslissen. Tegen het besluit van de raad staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Met het oog op duidelijkheid en gelijke behandeling dient de Kieswet strikt te worden nageleefd, stelt de Afdeling.
Nee. Raadsleden stemmen dan altijd zonder last, volgens hun persoonlijke opvatting. Zij zijn niet gebonden aan een last, een opdracht van of onder beïnvloeding van wie dan ook. Een raadslid is dan ook niet verplicht om de raadszetel op te geven, als die niet meer langer deel wilt uitmaken van de eigen fractie/partij.
In veel partijen worden afspraken gemaakt tussen de politieke partij en (kandidaat)raadsleden. Veelal wordt een vorm van een (standaard) overeenkomst opgesteld en ondertekend. Juridisch zijn dergelijke overeenkomsten niet afdwingbaar. Niet waar zij verplichten tot het opgeven van de zetel, niet waar zij verplichten tot bepaald stemgedrag, niet waar zij bepaalde sancties of gevolgen bepalen. In hoeverre een raadslid zich politiek en moreel gebonden voelt, is aan hem- of haarzelf.
Een afgesplitst raadslid behoort weliswaar niet meer tot de fractie waar die eerst bij zat. Wel kan het raadslid alleen of samen met anderen een nieuwe fractie vormen of tot een bestaande fractie toetreden. Op basis van artikel 33 Gemeentewet heeft iedere groepering in de gemeenteraad recht op ondersteuning, waarmee financiële ondersteuning (ook wel fractieondersteuning genoemd) ook wordt bedoeld. Indien een raadslid zich afsplitst, blijft het dan ook als nieuwe ‘groepering’ (fractie) nog steeds recht op ondersteuning en dus fractieondersteuning hebben. Een plaatselijke Verordening fractieondersteuning kan hier echter anders over bepalen.
Ondersteuning door de griffie is niet afhankelijk van de ondersteuning die in de verordening is geregeld. Deze is immers bedoeld voor de gemeenteraad in het algemeen, de commissies en alle leden van de gemeenteraad.
De raad besluit niet over de benoeming van leden, maar wel over de toelating van een nieuw lid. Daarvoor moeten de geloofsbrieven worden onderzocht, wat vaak ter voorbereiding wordt uitbesteed aan een Commissie van de Geloofsbrieven. De commissie adviseert over het te nemen besluit over de toelating. In de regel wordt zo'n besluit zonder stemming genomen, omdat het advies in de regel luidt dat er geen beletselen zijn gevonden om het benoemde lid toe te laten en dat daartoe dus moet worden besloten. In de meeste gevallen kijkt de burgemeester vragend rond of 'een van de leden stemming verlangt' en laat dan de hamer vallen dat conform het advies van de commissie van de geloofsbrieven tot toelating van het nieuwe lid is besloten.
Als echter een of meer raadsleden willen stemmen, moet die gelegenheid worden geboden. In dat geval wordt mondeling gestemd.
De Gemeentewet biedt ruimte voor lokale regelgeving. Het dient als een algemeen framewerk, waarbij het reglement van orde van de gemeente (en andere lokale wetgeving) ter aanvulling dient. Indien er lokaal geen verdere regelgeving wordt opgesteld, kan altijd worden teruggevallen op de Gemeentewet. Wanneer er wel een reglement van orde is, is dat echter leidend, met dien verstande dat daarin niet van de Gemeentewet kan worden afgeweken.
Een motie is een juridisch niet-bindende meerderheidsuitspraak van de raad, waarin de raad een opvatting of wens uitspreekt. Een motie is – als instrument van de raad - meestal gericht tegen het college of een lid van het college.
De motie kan ook de raad zelf betreffen, bijvoorbeeld dat de raad korter moet vergaderen. Juridisch geredeneerd kan de raad ook een oordeel uitspreken over het eigen functioneren of over het functioneren van een deel van de raad (dus een fractie of raadslid). Maar eigenlijk hoort een motie daarvoor niet te worden gebruikt.
Als een fractie of een raadslid niet goed functioneert of iets doet wat de rest van de raad niet bevalt, is het logischer en beter daarover informeel het gesprek te voeren, door raadsvoorzitter of Presidium.
Zolang je als raad niet in het reglement van orde hebt vastgelegd dat een motie altijd tegen het college of een collegelid is gericht (en dus niet tegen een raadsfractie of raadslid) is het dus niet verboden om een motie tegen een raadslid of raadsfractie in te dienen en vast te stellen.
Ja, als raadslid heeft u wettelijk recht op onbetaald verlof van uw werk om raadsvergaderingen en commissievergaderingen bij te wonen. Dit verlof moet in overeenkomst met uw werkgever afgesproken worden, indien u en uw werkgever niet overeen kunnen komen beslist de rechter. Uw werkgever mag u in geen geval wegens uw positie als raadslid of het uitoefenen daarvan ontslaan. Over de situatie na het raadslidmaatschap en een eventuele terugkeergarantie kunnen afspraken gemaakt worden tussen werkgever en werknemer.
Ja. U kunt in aanmerking komen voor tijdelijk ontslag (volksvertegenwoordiger) bij zwangerschap of ziekte. Er wordt een vervanger benoemt om het werk tijdelijk over te nemen, vervanging heeft geen consequenties voor stemverhoudingen en partijgenoten die het werk anders over zouden moeten nemen worden niet extra belast.
Volksvertegenwoordigers die zich willen laten vervangen bij ziekte of zwangerschap/bevalling, hebben een geneeskundige verklaring nodig. Uit deze geneeskundige verklaring moet blijken dat:
Een dergelijke verklaring hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een voorbeeld van een geneeskundige verklaring kunt u hier downloaden.
Bij zwangerschap krijgt een raadslid tijdelijk ontslag vanaf 4-6 weken voor de vermoedelijke datum van bevalling. Als een raadslid wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en volgens de verklaring van de arts niet binnen 8 weken het raadswerk kan hervatten, krijgt een raadslid op eigen verzoek tijdelijk ontslag. Een raadslid heeft recht op maximaal drie keer 16 weken verlof per zittingsperiode.
Gemeenten moeten voor hun bestuurders en volksvertegenwoordigers bedrijfsgeneeskundige zorg regelen. U kunt zich dus voor een geneeskundige verklaring tot deze arts wenden, maar u mag ook naar een andere arts. U kunt ook uw eigen behandelend arts vragen om een geneeskundige verklaring af te geven, maar niet iedere behandelend arts is daartoe bereid. Bij zwangerschap mag de verklaring ook afgegeven worden door een verloskundige.
Het vervangen raadslid blijft de raadsvergoeding ontvangen en de helft van de onkostenvergoeding. De vervanger ontvangt de volledige raads- en onkostenvergoeding. De vervanger heeft geen recht op de eventuele verzekeringsvergoeding, daarna wordt het tijdelijk ontslag een definitief ontslag.
De gemeenteraad van een 100.000+ gemeente kan bij verordening bepalen dat de kosten die raadsleden maken omdat zij zich tijdens het ambt oriënteren op hun verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooien, ten laste komen van de gemeente. Een dergelijke vergoeding is niet van toepassing op sollicitatieactiviteiten.
In art. 13 en 15 Gemeentewet worden de functies gegeven die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de raad. Een uitzondering wordt vervolgens gemaakt voor de periode na de verkiezingen, waarbij een raadslid ook voor een korte periode nog wethouder mag zijn. Buiten deze functies mag een raadslid in principe elke nevenfunctie vervullen.
Raadsleden zijn verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken, zowel elektronisch als fysiek op locatie. Deze openbaarmaking vindt plaats na de installatie van het raadslid. Raadsleden hoeven niet de inkomsten uit de nevenfuncties openbaar te maken.
Raadsleden mogen niet deelnemen aan beraadslaging en stemming over aangelegenheden die het raadslid persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. Op die manier wordt belangenverstrengeling voorkomen. Het raadslid maakt zelf de afweging om al dan niet deel te nemen aan beraadslaging en stemming.
Nee, een raadslid kan niet het woord voeren, bijvoorbeeld tijdens een hoorzitting. Dat valt af te leiden uit een uitspraak van de Raad van State in juni 2024 in een kwestie in de gemeente Waalwijk uit 2019.
Een lid van de raad mag niet tevens ambtenaar zijn die door of vanwege het gemeentebestuur is aangesteld of daaraan ondergeschikt is. In het geval van een fusie met een buurgemeente kan het echter wel naast elkaar, indien er werkafspraken worden gemaakt tussen de ambtenaar en het bevoegde gezag over dat hij “geen werkzaamheden zal verrichten voor de gemeente waar hij raadslid is”. Dat zal niet in alle gevallen kunnen, maar is wel een bruikbare richtlijn. In het geval er dergelijke werkafspraken zijn gemaakt, wordt het dan ook wel juridisch mogelijk geacht om ambtenaar en raadslid te zijn van fuserende gemeenten. Hierbij mag er alleen geen sprake zijn van een rechtspositionele of functionele ondergeschiktheid aan de gemeente waar de ambtenaar ook raadslid is.
Een raadslid kan niet ambtenaar zijn in dezelfde gemeente. In de Gemeentewet staat namelijk: ‘’Een lid van de raad is niet tevens (…) ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van die gemeente.”
Ja, iemand met een strafblad kan raadslid zijn. De vereisten voor het raadslidmaatschap verhinderen dat namelijk niet. Deze vereisten voor het raadslidmaatschap zijn:
In de wettelijk gestelde vereisten, wordt dan ook niet gesproken van een onverenigbaarheid van een strafblad met het raadslidmaatschap. Het geloofsbrievenonderzoek gaat tevens alleen na of er wettelijke belemmeringen zijn, die zijn er niet voor iemand met een strafblad. Het is dan ook een afweging van de partij zelf of personen met een strafblad op de kandidatenlijst komt. Een aantal partijen stellen een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) verplicht voor hun kandidaten, maar dit vindt geen wettelijke basis en het is grondwettelijk gewaagd te noemen.
Nee. De leden van het gemeentebestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor, dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, over hetgeen zij in de vergadering van de raad hebben gezegd of aan de raad schriftelijk hebben overgelegd.
Dit betekent dat hetgeen in de raadsvergadering wordt besproken en besloten niet juridisch vervolgd kan worden. Het is in het democratisch belang dat in de gemeenteraad voor een goede besluitvorming alle argumenten vrijelijk gedeeld kunnen worden.
Het college, de burgemeester en een commissie zijn de enigen die een stuk naar de raad kunnen sturen onder opleggen van geheimhouding. Geheimhouding moet echter in de meeste gevallen door de gemeenteraad worden bevestigd. De gemeenteraad kan ook besluiten deze weer op te heffen. Daarbij dient de raad erover te kunnen beraadslagen, waarbij moet worden gelet op welk deel er achter gesloten deuren wordt behandeld. Zorg er als raadslid dan ook voor dat je een controlerende rol kunt blijven vervullen, waarbij voortdurend dient te worden gekeken voor welke fase wel of niet de vertrouwelijkheid en geheimhouding wordt afgesproken. Let wel dat vertrouwelijkheid iets anders is dan geheimhouding.
In grote lijnen gelden voor commissieleden dezelfde regels als voor raadsleden. Er zijn echter een aantal verschillen en/of aandachtspunten:
Ja, het college van B&W hoort informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking te stellen voor de duur van de uitoefening van het ambt.
Een raadslid met een structurele functionele beperking kan ten laste van de gemeente, voorzieningen worden toegekend, zodat het raadslid zijn/haar ambt kan blijven uitoefenen of ter bevordering van de mogelijkheid om het ambt weer te gaan uitoefenen. Hiervoor is de raadsgriffier van de gemeente verantwoordelijk. De voorziening of financiële vergoeding wordt toegekend indien de voorziening proportioneel is en niet al op een andere manier vergoed is.
De voorzieningen waarvan gebruik kan worden gemaakt, zijn te vinden in artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen . De volgende voorzieningen vallen onder deze wet:
- Vervoersvoorzieningen om werkplek te bereiken.
- Intermediaire activiteiten bij visuele, auditieve of motorische handicap.
- De arbeidsplaats en de te gebruiken hulpmiddelen zijn afgestemd op de persoon met beperking.
- Noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij uitvoeren van taken.
Raadsleden en commissieleden met een structurele functionele beperking, kunnen een persoonlijk ondersteuner inhuren voor 8 uur per week voor praktische ondersteuning. Dit is per maand een bedrag van €877,07 excl. btw. De vergoeding wordt direct aan de opgegeven ondersteuner betaald. Indien een raadslid of gemeente van mening is af te wijken van het uitgangspunt, zal arbeidsdeskundig onderzoek moeten worden uitgevoerd.
Raadsleden krijgen sinds 1 januari 2024 extra bescherming tegen doxing. Doxing is het gebruik van persoonsgegevens met name door het kopiëren en plakken in online middelen, zoals foto’s en filmpjes, en het delen van persoonlijke adresgegevens. Het moet dan wel tot doel hebben om een raadslid angst aan te jagen of om het raadslid onder druk te zetten. Sinds 1 januari zijn de straffen voor doxing verzwaard.
Kosten voor een veilige woon- en werkplek komen voor de rekening van de gemeente. Dit gaat over benodigde voorzieningen wanneer er sprake is van bedreigingen of geweld, denk aan raamfolie, veilig vervoer, alarmsysteem of beveiligingscamera’s.
Raadsleden hebben wel recht op een woningscan te laten uitvoeren om veiligheidsmaatregelen te treffen. Echter, raadsleden komen in tegenstelling tot wethouders en burgemeesters nog niet in aanmerking voor het vergoeden van kosten van beveiligingsmaatregelen. Mocht dat toch nodig zijn, is het verstandig daarover het gesprek te voeren met griffier en de voorzitter van de raad.
Iedereen kan raadslid worden. En je hoeft je baan of studie er niet voor op te zeggen, want het is geen voltijdfunctie. Het is wel een ambt dat je voor vier jaar doet! Ook jij kunt dus voor een periode van vier jaar meedoen, mee praten en mee besluiten over alle onderwerpen die voor jouw gemeente van belang zijn.
Meer weten? Zie: Hoe word ik raadslid?
Vereisten voor het lidmaatschap van de gemeenteraad zijn te vinden in de Gemeentewet art. 10: Voor het lidmaatschap van de raad is vereist dat men ingezetene van de gemeente is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.
In de Kieswet zijn volgende eisen opgenomen:
Wanneer je hebt besloten op jezelf kandidaat te willen stellen en je voldoet aan bovenstaande eisen, houdt dan rekening met het volgende:
In de Gemeentewet art. 13 is opgenomen welke functies gecombineerd mogen worden met lidmaatschap van de raad.
Juridisch bestaan er geen belemmeringen over de samenstelling van de kieslijst, indien alle kandidaten voldoen aan de voorwaarden. Een uitzondering kan zijn een expliciet opname in de statuten van uw vereniging of partij.
Ja, iemand met een strafblad kan raadslid zijn. De vereisten voor het raadslidmaatschap verhinderen dat namelijk niet. Deze vereisten voor het raadslidmaatschap zijn:
In de wettelijk gestelde vereisten, wordt dan ook niet gesproken van een onverenigbaarheid van een strafblad met het raadslidmaatschap. Het geloofsbrievenonderzoek gaat tevens alleen na of er wettelijke belemmeringen zijn, die zijn er niet voor iemand met een strafblad. Het is dan ook een afweging van de partij zelf of personen met een strafblad op de kandidatenlijst komt. Een aantal partijen stellen een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) verplicht voor hun kandidaten, maar dit vindt geen wettelijke basis en het is grondwettelijk gewaagd te noemen.
In artikel B3 van de Kieswet wordt een onderscheid gemaakt tussen onderdanen van de Europese Unie of en daarbuiten. Voor EU-onderdanen geldt de regel dat zij op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen van een Nederlandse gemeente dienen te zijn. Hiervoor hoeven zij niet de afgelopen vijf jaar in Nederland te hebben gewoond. Dat vereiste geldt wel voor niet-EU-onderdanen, net als het vereiste dat zij rechtmatig in Nederland dienen te verblijven.
Raadsleden ontvangen voor het vervullen van hun ambt in 2025 minimaal € 1.240,07 en maximaal € 3.038,94 per maand, afhankelijk van de gemeentegrootte. Deze vergoeding wordt elk jaar aangepast aan de inflatie. Raadsleden ontvangen de vergoeding met ingang van de dag van de beëdiging.
Er is een mogelijkheid voor gemeenten om door middel van een verordening gedeeltelijk af te wijken van de vastgestelde vergoeding. De gemeenteraad kan bepalen dat maximaal 20% van de vergoeding wordt uitgekeerd op basis van aantal gehouden vergaderingen. Op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen van een raadslid geschiedt vervolgens de uitkering. Deze regeling is getroffen om het zogeheten verschijnsel van zogenaamde spookraadsleden, raadsleden die nooit naar de vergadering komen, te beperken.
Ja, een uitkering heeft invloed op uw raadsvergoeding. Voor meer informatie verwijzen wij graag door naar de pagina Uitkering en Raadsvergoeding.
Voor het raadswerk geldt een vaste vergoeding, en er is geen formeel parttime-percentage of urennorm aan verbonden. Er worden doorgaans ook geen individuele maatwerkafspraken gemaakt over werktijdvermindering in relatie tot het raadswerk.
Wel is er op grond van de Wet arbeid en zorg (artikel 4:1 WAZO) een wettelijk recht op onbetaald verlof voor het bijwonen van raads- en commissievergaderingen. Dit verlof is bedoeld om raadsleden in staat te stellen hun politieke taken te combineren met een baan.
Belangrijke punten hierbij:
U heeft wettelijk recht op verlof om uw raadswerk uit te voeren, met name voor vergaderingen.
De omvang van het verlof is flexibel en afhankelijk van de tijdsinvestering die het raadswerk vergt — dit kan uiteenlopen van enkele uren tot een groter deel van de werkweek.
Het verlof is onbetaald, maar in overleg met de werkgever kunnen aanvullende of aangepaste afspraken worden gemaakt.
Daarnaast kunnen de geldende cao of individuele arbeidsafspraken extra ruimte bieden voor maatwerk rondom de combinatie van werk en raadswerk.
Heeft u een andere vraag over de raadsvergoeding? Of een vraag over bijvoorbeeld de onkostenvergoeding? Onder 'Financiële vergoedingen' bij de Rechten van het Raadslid vindt u antwoord op al uw vragen.
In art. 13 en 15 Gemeentewet worden de functies gegeven die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de raad. Een uitzondering wordt vervolgens gemaakt voor de periode na de verkiezingen, waarbij een raadslid ook voor een korte periode nog wethouder mag zijn. Buiten deze functies mag een raadslid in principe elke nevenfunctie vervullen.
Raadsleden zijn verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken, zowel elektronisch als fysiek op locatie. Deze openbaarmaking vindt plaats na de benoeming van het raadslid of aanvaarding van de functie. Raadsleden hoeven niet de inkomsten uit de nevenfuncties openbaar te maken.
Raadsleden mogen niet deelnemen aan beraadslaging en stemming over aangelegenheden die het raadslid persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. Op die manier wordt belangenverstrengeling voorkomen. Het raadslid maakt zelf de afweging om al dan niet deel te nemen aan beraadslaging en stemming.
Een raadslid moet openheid geven over persoonlijke of zakelijke belangen die raken aan onderwerpen waarover de raad beslist. In gevallen van (mogelijke) belangenverstrengeling moet het raadslid zich onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming. Transparantie is essentieel: nevenfuncties en financiële belangen moeten tijdig worden gemeld in het openbare nevenfunctieregister.
Ja, het is verstandig om je nevenfuncties en mogelijke belangen al in de aanloop naar de verkiezingen te inventariseren en waar nodig te bespreken met je partij. Zo kunnen potentiële risico’s op belangenverstrengeling tijdig worden onderkend. Na verkiezing en installatie als raadslid ben je wettelijk verplicht deze functies openbaar te maken in het register van nevenfuncties van de gemeente.
Uiterlijk de dag na de bekendmaking van de verkiezingsuitslag krijg je een brief ter bevestiging van jouw benoeming van het centraal stembureau (Kieswet art. V1). Vervolgens stuur je uiterlijk binnen 10 een brief terug waarin je de benoeming aanneemt (Kieswet art. V2). Doe je dit niet, dan wordt ervan uitgegaan dat je de benoeming niet aanneemt. Ook overhandig je een verklaring met je al openbare functies en een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie aan het volksvertegenwoordigend orgaan waarvan je tot lid bent benoemd (zie Kieswet art. V3).
Bovendien mag je pas als nieuw raadslid aantreden, als de meer dan de helft van de geloofsbrieven van het aantal nieuwe leden is goedgekeurd (Kieswet art. V15). Is dat niet het geval dan blijven de oude leden aan totdat deze goedkeuring er wel is. De zittingsduur van de aftredende leden wordt dan verlengd.
Na de vaststelling van de uitslag door het centraal stembureau ontvangen de gekozen kandidaten een benoemingsbesluit. Zij moeten vervolgens binnen een paar dagen aangeven of zij de benoeming aanvaarden. Daarna wordt hun geloofsbrief onderzocht door de zittende raad, die beoordeelt of de benoemde kandidaat voldoet aan de wettelijke vereisten. Pas daarna kan het nieuwe raadslid officieel worden geïnstalleerd.
Na de vaststelling van de uitslag kan een belanghebbende — bijvoorbeeld een kandidaat of partij — binnen drie dagen bezwaar indienen bij de gemeente als er vermoedens zijn van onregelmatigheden. Dit wordt een ‘proces-verbaal van bezwaar’ genoemd. Indien nodig kan dit leiden tot een hertelling of onderzoek. Uiteindelijk kunnen geschillen ook voorgelegd worden aan de rechter.
De nieuwe gemeenteraad wordt doorgaans binnen drie weken na de verkiezingsdag officieel geïnstalleerd tijdens een openbare raadsvergadering. In die vergadering leggen de nieuwe raadsleden de eed of belofte af en begint de nieuwe raadsperiode formeel. Tot dat moment blijft de zittende raad bevoegd.
Wanneer bij een tussentijdse vacature geen kandidaat op de lijst meer in aanmerking komt voor benoeming, en de partij bij de verkiezingen meerdere kandidatenlijsten heeft ingediend, wordt de zetel toegewezen aan een andere lijst van dezelfde partij (zie Kieswet art. W3).
Volgens Kieswet art. W4 mag als bij een tussentijdse vacature in een gemeenteraad met minder dan 13 leden geen kandidaat op de lijst meer voor benoeming in aanmerking komt, de zetel naar één van de andere partijen.
Politieke partijen kunnen als één nieuwe partij meedoen aan verkiezingen door te fuseren. Fuseren kan op 2 manieren:
Bij optie 2 is het van belang om de aanduiding, ofwel partijnaam, tijdig te laten registreren bij het gemeentelijk centraal stembureau (zie Kieswet art. G 3). Verzoeken moeten uiterlijk de 42e dag voor de kandidaatstelling ontvangen zijn. Lees hier meer over de registratie.
Zie ook: Kiesraad - Fuseren en Kiesraad - Politieke Partij
Nee, dat mag niet.
Volgens Kieswet art. E 4 (lid 2) is het niet toegestaan om als kandidaat-raadslid of zittend raadslid stembureaulid te zijn. Dit geldt sinds 1 januari 2023 met de inwerkingtreding van de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen. De aanleiding voor het wetvoorstel, was het voorkomen van ‘de schijn van verstrengeling van persoonlijke belangen’ bij gemeenteraadsverkiezingen. Zo is het ook verboden om als lid van het stembureau blijk te geven van je politieke voorkeur (Kieswet art. J14).
Voor de volgende personen is het niet toegestaan om lid te worden van het stembureau (zie Kieswet art. E 4):
Bij andere verkiezingen mogen raadsleden wel lid zijn van een stembureau. Het hangt dus af van welke verkiezingen plaatsnemen.
De Gemeentewet, artikel 107 bepaald de wettelijke basis voor het werkgeverschap van de raad. Zo wijst de raad de griffier aan, en kan het bijvoorbeeld regels stelen over de organisatie van de griffie.
De werkgeverscommissie stuurt de griffie(r) aan en heeft veelal een verordening werkgeverscommissie waarin de gedelegeerde bevoegdheden staan genoemd. Een vertrouwenscommissie heeft een specifieke opdracht rondom de procedure burgemeestersbenoeming en/of de jaarlijkse gesprekken met de burgemeester.
De bevoegdheden voor de vertrouwenscommissie staan in de verordening op de burgemeestersprocedure. Daarnaast is er veel informatie te vinden in de handreiking burgemeestersprocedure van BZK. Inhoudelijk hebben de commissies enkele taken die vergelijkbaar kunnen zijn, zoals het opstellen van een profiel, het houden van sollicitatiegesprekken en het houden van gesprekken. Echter, het grote verschil is dat de werkgeverscommissie de leidinggevende is van de griffier en niet van de burgemeester.
De griffier is wel secretaris van beide commissies. De burgemeester is geen lid van de werkgeverscommissie, hij/zij kan op verzoek adviseren. De werkgeverscommissie baalt in welke mate een burgemeester betrokken of geïnformeerd wordt en waarbij.
Een gelijkwaardige positie.
De griffier is de enige ambtenaar in het gemeentehuis die er enkel voor het belang van de raad zit. In de driehoek is het van belang dat burgemeester, griffier en gemeentesecretaris in gezamenlijkheid issues en ideeën bespreken die het samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie stimuleren ter versterking van de gemeente of stad. Dit kan alleen als de griffier gelijkwaardig aan tafel zit en op waarde wordt geschat.
Als werkgeverscommissie kunt u de burgemeester en gemeentesecretaris hierop wijzen dat u verwacht van de griffier positieve verhalen te horen over hun besprekingen en betrokkenheid op dat vlak.
De ideale omvang van de griffie, het ideale aantal medewerkers van de griffie en/of het aantal Fte's is per gemeenteraad verschillend.
Om inzicht te verschaffen in de ideale omvang van jouw raad, zie de module 'De ideale omvang van de griffie' op de Leeromgeving, of deze infographic.
Nee, tenzij het gaat om een andere gemeenteraad.
Volgens Artikel 13, punt 1, lid o (Gemeentewet) is een lid van de raad niet tevens ambtenaar in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van die gemeente.
Er is geen wettelijke basis voor het aantal personen. Idealiter is het aantal een oneven getal, en niet groter dan vijf personen.
Ook over de samenstelling bestaat geen verplichting. Idealiter zijn raadsleden uit oppositie- en coalitiefracties vertegenwoordigd in de commissie.
De werkgeverscommissie gaat over de griffie via de ontwikkel-, functionerings- en beoordelingsgesprekken met de griffier. Daarbij kan scholing en coaching ingezet worden.
Zij stuurt de griffier rechtstreeks aan en de griffie indirect via de griffier. Indien er wensen zijn om de griffie verder te ontwikkelen, dan gaat de werkgeverscommissie hierover in gesprek met de griffier.
Sommige ambities zijn al bekend, zoals geformuleerd in het raadsprogramma/akkoord of coalitieakkoord.
Daarnaast weten zowel griffier als commissieleden vaak welke ondersteunde werkzaamheden en adviezen de raad wenst. Door deze vragen regelmatig te bespreken, kan de griffie incrementeel ontwikkeld worden.
Ook kan de griffier gevraagd worden een visie op te stellen op de raadsontwikkeling, waarbij er ook trends en ontwikkelingen worden meegenomen.
Een andere mogelijkheid is dat een extern adviseur voor de raad, bijvoorbeeld via interviews van fractievoorzitters, een overzicht maakt van de raadsambities. Griffier en werkgeverscommissie kunnen deze raadsambities prioriteren. De werkgeverscommissie kan op voorstel van de griffier bepalen welke griffierfuncties, capaciteit, etc., daarvoor nodig zijn om de passende ondersteuning en advisering te kunnen bieden.
Het is niet verplicht en ook niet aan te raden om de raad actief te informeren over alles wat de werkgeverscommissie doet en bespreekt. Omdat het om werkgeverschap gaat en voor een deel ook over functioneren van de griffie(r) is het belangrijk goed na te denken wie waarover en wanneer geïnformeerd wordt.
De werkgeverscommissie moet rekening houden met de wensen van de raad. Vaak worden ontwikkelingen van de raad en de vertaling daarvan naar de griffie besproken in de beslotenheid van een presidium of fractievoorzittersoverleg. Het is in dat geval belangrijker om informatie op te halen, dan informatie te delen.
Daar waar het gaat om het functioneren van de griffier, kan de werkgeverscommissie verschillende personen bevragen om een beeld te krijgen bij het functioneren. De verslaglegging van deze bijeenkomsten zijn geheim en worden niet gedeeld met andere raadsleden.
De raad delegeert bevoegdheden aan de werkgeverscommissie. Als er gedelegeerd wordt, dan gaat de partij aan wie gedelegeerd wordt alleen over die bevoegdheden. Alle aan de werkgeverscommissie gedelegeerde bevoegdheden worden dus alleen uitgeoefend door de werkgeverscommissie. De delegatieverlening kan alleen de delegatie intrekken. Op enkele wettelijke bepalingen na (zoals aanwijzen, ontslaan en schorsen van de griffier) mogen verreweg de meeste bevoegdheden gedelegeerd worden. De werkgeverscommissie mag die zaken, die niet gedelegeerd mogen worden, wel voorbereiden voor de raad.
Het is sterk aan te bevelen om alle bevoegdheden die gedelegeerd mogen worden aan de werkgeverscommissie te delegeren. Alleen zo wordt het werkgeverschap goed gescheiden van de politiek. En wordt een veilige werkomgeving gecreëerd waarbinnen de werkgeverscommissie, samen met hun griffier als eerste adviseur, kan werken aan de organisatieontwikkeling om passend te zijn bij de ambities van de raad. Het delegeren zet het werkgeverschap dus op afstand, maar ontslaat de werkgeverscommissie niet van goed contact met de raad.
Mandateren wordt gedaan in een hiërarchische relatie, waarbij er aanwijzingen kunnen worden gegeven. De werkgeverscommissie heeft geen hiërarchische relatie met de raad, dus mandateren kan niet. De werkgeverscommissie mandateert de bevoegdheden wel aan de griffier voor de dagelijkse aansturing van de griffie. Aanbeveling hier is om de griffier dezelfde mandaten te verlenen zoals de gemeentesecretaris die ook heeft.
Het is zeer raadzaam om alle bevoegdheden die voor de gemeentesecretaris zijn geregeld, ook voor uw griffier te regelen via mandatering. Alleen zo kan de griffier, als algemeen directeur van de griffie en als adviseur van de raad, de juiste stappen zetten in de nodige organisatieontwikkeling van de griffie en de juiste ondersteuning bieden aan de raad.
Daarnaast is het sterk aan te bevelen dat er binnen de budgetten van de griffie voor zowel raad als griffie vast budget is voor ontwikkeling en uitgaven die vrij te besteden zijn. Een gemeentesecretaris beschikt over een grotere eenheid aan personeel waarbinnen geschoven kan worden en in veel gevallen zijn er frictie- en organisatieontwikkelingsbudgetten. Tot op zekere hoogte is het voor een gezonde bedrijfsvoering van de griffie goed dat dit ook voor de griffie zo is, zodat niet ieder budget via het politieke besluitvormingsproces, en daarmee via de politiek, geregeld hoeft te worden.
Door de Wnra is het ondertekenen van brieven en contracten voor werkgeverscommissies en griffiers een lastigheid gekomen, het 2-zijdige arbeidscontract dat vanaf toen gold kan alleen ondertekend worden door iemand die privaatrechtelijke handelingen mag verrichten.
Het College voor Arbeidszaken van de VNG heeft als oplossing geadviseerd burgemeesters de volmachtbesluiten te laten tekenen. Binnen de gemeente is het aan te raden de Burgemeester een volmachtsbesluit te laten nemen voor de werkgeverscommissie en griffier.
Het doel van deze volmachtbesluiten is om de griffier en de werkgeverscommissie het ondertekeningsmandaat te geven voor brieven en contracten.
Over de werving en selectie van de griffier is een webinar opgenomen, waar alle informatie, zoals het opstellen van het Griffiersprofiel, naar voren komen.
De werkzaamheden die de griffier uitvoert, doet hij/zij altijd in opdracht van de gemeenteraad. Het is daarom belangrijk vast te leggen hoe en welke taken de raadsgriffier in opdracht en namens de gemeenteraad uitvoert.
Het griffiersprofiel en de ambtsinstructie voor de griffier leggen de werkzaamheden en verantwoordelijkheden vast, en de griffier in positie wordt gebracht.
Bekijk het griffiersprofiel in het rapport 'Op weg naar gelijkwaardige verhoudingen', of bekijk het stappenplan ‘Naar een eenduidig functieprofiel voor de griffier’. Bekijk ook de modelinstructie voor griffiers.
U kunt regelen welke functie ten overstaan van wie hij/zij de ambtseed afgenomen wordt. De griffier ten overstaan van de Raad en de overige ten overstaan van de werkgeverscommissie bijvoorbeeld. Ook mag er voor de griffie een specifieke tekst opgesteld worden.
Het is belangrijk om tijdens een gesprek
Voor meer informatie over het voeren van het voeren van een functionerings- of beoordelingsgesprek met de griffier, zie: Handreiking functionerings- en beoordelingsgesprekken griffiers.
Is het de eerste keer dat u hoort over het conflict, vraag dan degene die zijn zorgen uit (als dit niet degene is met wie het conflict is) of degene die zich tot u wendt en ook het conflict met de griffier heeft, om rechtstreeks in gesprek te gaan met uw griffier. Het is altijd het beste dat de griffier de mogelijkheid krijgt zelf het gesprek aan te gaan en zo voorkomt u dat u een doorgeefluik van klachten wordt. Zijn de klachten er vaker, ook bij anderen, en is er een rode draad te ontdekken, dan heeft u wellicht een ontwikkelpunt waarover u met uw griffier in gesprek kunt gaan.
Indien de griffier bij u komt voor advies bij een conflict, sta dan open voor het gesprek en ga met hem of haar op zoek naar oplossingen. Indien nodig kunt u, zeker bij ernstige conflicten, het gesprek aangaan met degene waarmee het conflict is. Bespreek dit echter altijd eerst met uw griffier om te horen of dat wenselijk is. In sommige gevallen kan mediation helpen.
Hierbij is het van belang om een balans te hebben in een betrokken werkgever zijn, maar wel met enige afstand. Sta open voor het gesprek, maar geef duidelijk aan dat de medewerker vooral met de griffier zelf in gesprek hoort te gaan. Voorkom dat u een directe lijn creëert voor iedere klacht, met mogelijke escalatie in het verschiet.
De crux zit hem in gedoe zo snel mogelijk op te lossen. Dit kan alleen als hierover het gesprek wordt aangegaan tussen medewerker en griffier. Indien u meerdere (van dezelfde) klachten van meerdere medewerkers krijgt, kunt u bepalen dat het van belang is dat u hierover het gesprek met uw griffier aangaat.
Uiteraard is het wel goed om de medewerkers goed te kennen, zo herkent u sneller of medewerkers goed in hun vel zitten.
Merkt u op dat een medewerker of medewerkers niet goed in hun vel zitten dan kunt u altijd het gesprek aangaan. Met de persoon zelf, als geïnteresseerd raadslid. Dit kan ook via uw griffier. Zo bent u wel een betrokken werkgeverscommissie, maar vergroot u incidenten niet.
Gedragingen van ambtenaren worden toegerekend aan het bestuursorgaan waarvoor deze ambtenaren werkzaam zijn. In het geval van de griffier is dat aan de raad. In de Awb is verder het bestaan van een interne en externe klachtbehandeling te zien, waarbij eerst een interne procedure moet zijn afgerond voordat men naar een externe instantie kan. Hoe de klachtenafhandeling intern is geregeld, is per gemeente verschillend. Een externe instantie is vaak een lokale ombudsman/ombudscommissie of de landelijke ombudsman, ook dit is afhankelijk van waar de gemeente voor heeft gekozen. Bij deze instanties is de gemeente aangesloten en niet alleen de raad of het college. Als de gemeente bij de nationale ombudsman zit, dan komen alle klachten daar in tweede termijn terecht.
Je zou aan de hand van de volgende vragen tot een oplossing kunnen komen:
Welke regeling is er intern voor de behandeling van klachten en heeft de werkgeverscommissie deze in het verleden van overeenkomstige toepassing verklaard op de griffie?
Zo nee, is het dan een klacht over de persoon van de griffier of over de griffie? In het laatste geval kan het over een medewerker gaan en kan de griffier de klacht eerst zelf behandelen (als in de gemeente tenminste gebruikelijk is dat afdelingshoofden dat doen).
Als er niks geregeld is, dan is het verstandig de werkgeverscommissie de klacht te laten afhandelen namens de raad. Van belang zijn de normen die nationale ombudsman hanteert.
Staat je vraag er niet bij, vul dan het contactformulier in. Wij helpen je graag verder met al je vragen over het raadswerk, jouw lidmaatschap en het raadslidmaatschap.
Neem contact op via: 070-373 8195.
Neem contact op met het Ondersteuningsteam Netwerk Weerbaar Bestuur!
Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Naast functionele cookies, waardoor de website goed werkt, plaatsen we ook analytische cookies om onze website elke dag weer een beetje beter te maken. Ook plaatsen we persoonlijke cookies zodat wij en derde partijen jouw internetgedrag kunnen volgen en persoonlijke content kunnen laten zien. Meer weten? Lees hier alles over ons cookiebeleid. Als u onze website in volle glorie wilt gebruiken, dan is het nodig dat u onze cookies accepteert. Dat doet u door op 'Oké' te klikken.