U bent hier

Wat krijgt een raadslid?

Raadslid zijn is iets dat je doorgaans naast je baan doet. Overdag werken, in de avonduren vergaderen en op je vrije dag op cursus of werkbezoek. Dat is hoe de week van een raadslid er uit ziet. Omdat dat veel van een mens vraagt, staat daar een vergoeding tegenover. Lees hieronder hoeveel een gemeenteraadslid aan vergoeding krijgt.

Vergoeding raadsleden

In de onderstaande tabel zie je wat de maandelijkse vergoeding is die raadsleden krijgen. Deze is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente¹. 

Klasse

Inwonertal

Maandelijkse vergoeding

1

Tot en met 8.000

€ 250,82

2

8.001-14.000

€ 396,33

3

14.001-24.000

€ 617,77

4

24.001-40.000

€ 958,91

5

40.001-60.000

€ 1.248,42

6

60.001-100.000

€ 1.460,84

7

100.001-150.000

€ 1.658,52

8

150.001-375.000

€ 1.932,14

9

375.001-

€ 2.352,29

(per 1 januari 2018)

Daarnaast ontvangen raadsleden ook een onkostenvergoeding van €170,17 per maand.

Opbouw werkzaamheden

Een raadslid is gemiddeld tussen de 16 en de 20 uur per week kwijt met het raadswerk. In die uren doet een raadslid een hoop verschillende dingen. Het belangrijkste is natuurlijk de raadsvergadering zelf. Deze duurt vaak een hele avond, maar is wel maar één keer per maand. Commissievergaderingen zijn vaker: vaak om de week. Als raadslid vergader je ook nog met je eigen fractie, al dan niet in aanwezigheid van steunfractieleden, duoraadsleden of een afvaardiging van het partijbestuur.  Daarnaast mag van een raadslid verwacht worden dat hij het contact met de inwoners van de gemeente onderhoudt door regelmatig werkbezoeken af te leggen en met belangenverenigingen in gesprek te gaan. Om dit alles goed te kunnen doen moet een raadslid veel lezen. Een raadslid dat van alles waar hij zich mee bezighoudt goed op de hoogte wil zijn, zal per week ook nog vele uren bezig moeten zijn met het lezen van stukken, nota en rapporten die het college en de griffier aanleveren.

 

¹Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, Artikel 2, eerste lid

²Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, Artikel 2, derde lid