Rechtspositie en waardering: investeren in het commissielid
Het commissielid, het burgercommissielid, het burgerlid of het steunfractielid: er bestaan in Nederland maar liefst 34 verschillende benamingen voor exact dezelfde functie. Al geruime tijd zet de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden zich in voor dit ambt.
Er is dringend behoefte aan meer waardering, een betere rechtspositionele waarborging, herziening van het vergoedingenstelsel en bovenal een centrale investering in het commissiestelsel.
Investeren in ondersteuning
De werkdruk onder raadsleden is de afgelopen twintig jaar sterk toegenomen door onder meer decentralisaties, gemeentelijke fusies en regionale samenwerking. Om hun werk goed te kunnen doen, verdienen decentrale volksvertegenwoordigers effectieve ondersteuning vanuit de ambtelijke en ondersteunende organen, zo schreef toenmalig minister van BZK, Judith Uitermark, in 2025 aan de Tweede Kamer[1]. Ook de huidige minister van BZK, Pieter Heerma, zet in op het versterken van deze ondersteuning.[2]
Niet voor niets worden daarbij steevast de griffier en de rekenkamer genoemd. Al is het in onze ogen juist het commissielid dat hierbij misschien wel de meest effectieve rol kan spelen. Wie de werkdruk onder raadsleden wil doen afnemen, doet er goed aan om naar de commissieleden te kijken: zij doen (vaak) hetzelfde werk als gekozen raadsleden, hebben in veel gevallen dezelfde verantwoordelijkheden en zijn in zekere zin raadsleden zonder stemrecht.
Waarde van het commissielid
Commissieleden beschouwen zichzelf als een belangrijke ondersteuning voor de raad en ze willen graag meer investeringen in hun rol zien om de werkdruk van raadsleden te verminderen. Een meerderheid van de commissieleden voelt zich wat dat betreft ook gelijkwaardig aan raadsleden.
Maar het commissielid is meer dan een ondersteuner van het raadslid, of een hulptroep van de raad. Het commissielidmaatschap is een waardevol ambt van bekwame personen die zich met veel toewijding inzetten voor de lokale democratie. Het is vaak een kraamkamer waar nieuw talent zich doorontwikkeld tot de raadsleden van morgen.Dat is tegelijkertijd ook een oproep aan gemeenteraden, fracties en raadsleden: neem je commissieleden niet voor lief, maar uiterst serieus.
Herziening van de vergoedingen
Als belangenbehartiger van raadsleden én ook de duizenden commissieleden die Nederland kent, zet de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden zich in voor meer waardering van de commissieleden. Meer waardering voor zowel het ambt als voor de waarde ervan voor de lokale democratie.
Hierbij past op de eerste plaats een vaste maandelijkse vergoeding in lijn met de raadsvergoeding, een wens van een grote meerderheid van de commissieleden zelf, zo bleek uit ons onderzoek in 2024. Dat helpt ook bij het werven en behouden van commissieleden. Het verloop onder commissieleden is namelijk fors.
Rechtspositionele borging
Daarnaast, en misschien nog belangrijker, is de borging van het ambt in rechtspositioneel opzicht. Uit onderzoek in 2020 bleek al dat commissieleden (burgerleden) aangaven dat zij behoefte hadden aan een betere rechtspositie. Waardering voor een ambt komt ook voort uit de juiste borging in de wet, een erkenning die stoelt op het staatsrechtelijk serieus nemen van het ambt.
Dit is de kern van de inzet van de vereniging: het zorgdragen voor een verbetering van de rechtspositionele basis van commissieleden, zoals de verankering van het ambt in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit. Het feit dat er ruim dertig verschillende benamingen zijn voor eenzelfde ambt, is wat dat betreft veelzeggend. Dat het commissiestelsel in lokale context vorm krijgt, leidt uiteindelijk tot volledige willekeur.
Centrale regelgeving
Dat geldt niet alleen voor de benaming, maar ook voor de benoeming van commissieleden: cruciaal voor de eisen en wijze van benoeming zijn vooralsnog uitsluitend de lokale reglementen van orde. Dit is wat dat betreft ook een oproep aan gemeenteraden om eens goed te kijken naar de lokale verordeningen over de ondersteuning door commissieleden.
Zo kan men verontwaardigd zijn als raden een benoeming tegenhouden, en eisen dat de procedure net zo verloopt als bij raadsleden, maar er is verder geen juridische basis om hierop terug te vallen. Zoals hoogleraar Geerten Boogaard terecht aangeeft: het is goed om hierop beleid te ontwikkelen om willekeur te voorkomen.
Investeren in het commissiestelsel
Wat de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden betreft, is het cruciaal dat er wordt geïnvesteerd in het commissiestelsel: dat begint bij betere vergoedingen, duidelijke en landelijke rechtspositionele borging en resulteert uiteindelijk in een stelsel dat is ingericht om raadsleden te ondersteunen en werkdruk te doen afnemen, waar commissieleden waarde hebben en gewaardeerd worden.
Bronnen
[1] Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Actieagenda goed bestuur, J.J.M. Uitermark (27 juni 2025)
[2] Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Beleidsbrief Binnenlandse Zaken, P.E. Heerma; E. van der Burg (24 april 2026)