U bent hier

Minister: geen extra geld voor ondersteuning raden

Hanke Bruins Slot, de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is vooralsnog niet bereid extra geld toe te zeggen voor ondersteuning van gemeenteraden en raadsleden.

Dat vertelde zij tijdens een afsluitend studiogesprek van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, onderdeel van de online tiendaagse voor kandidaat-raadsleden.

Gemeenten hebben sinds de decentralisaties in het sociale domein veel moeten wegbezuinigen, hield voorzitter Bahreddine Belhaj van de vereniging, de minister voor. “Het is moeilijk uit te leggen aan de inwoners dat je een buurthuis moet sluiten, maar meer geld uitgeeft aan de gemeenteraad, aan jezelf. Raadsleden zijn gepassioneerde mensen, met hart voor hun gemeente. Voor hen geldt: liever meer geld voor de stad en minder voor ons.” Meer ondersteuning zou hun werkdruk kunnen verlagen en het animo voor raadslidmaatschap kunnen vergroten.  

Weghalen bij politiek

Belhaj deed, niet voor het eerst, een oproep namens de vereniging: “Zorg dat in het Gemeentefonds geld voor ondersteuning geoormerkt wordt. Dan haal je het weg bij de politiek. Dan weten we zeker dat elk raadslid ondersteuning krijgt. Het gevaar is nu dat het onderwerp een politiek item wordt in gemeenteraden, waarbij de ene partij wel extra geld wil voor ondersteuning, en de andere zegt: jullie zijn zakkenvullers. Dat moet je niet willen.”

Deur blijft open

De minister, die eerder als een soort mission statement zei ‘samen met anderen te willen werken aan goede randvoorwaarden voor het openbaar bestuur’ herkende de discussie uit haar eigen loopbaan (ambtenaar, volksvertegenwoordiger en bestuurder), maar deed geen belofte. Tegelijk gooide ze ook niet de deur helemaal dicht, aan het begin van deze kabinetsperiode: “Dit is wel hét moment om het onderwerp op tafel te leggen.”

Taak voor griffies

Marcel Boogers, hoogleraar Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente ziet voor het verbeteren van de ondersteuning, een mooie taak voor de griffies. Hij wees erop dat veel gemeentelijke taken zijn belegd bij regionale samenwerkingsverbanden. “Gemeenteraden hebben daar maar heel beperkt controle op.” Dat is volgens hem fors te verbeteren als griffiers samen optrekken en afspraken maken over gelijktijdige informatievoorziening voor raden. “Als dat in regionaal verband goed wordt geregeld, merken gemeenteraden dat meteen. Wat nu vaak gebeurt, is dat een regionaal voorstel door 20 gemeenteraden al is behandeld, en als jij dan als nummer 21 aan de beurt bent, mag je tekenen bij het kruisje en heb je nauwelijks nog ruimte om te amenderen.”

Gelijktijdig vergaderen

Dat kan volgens de hoogleraar veel beter als overal tegelijk over een onderwerp vergaderd wordt. “Griffiers kunnen dat met elkaar afspreken. Dat hoeft niet veel geld te kosten en het kan binnen de kaders van de wet. Maar je moet het samen wel regelen.”

“Samen optrekken is belangrijk”, beaamde ook minister Bruins Slot. “Als gemeenten en griffies onderling contacten onderhouden en goed communiceren, zorg je ook van elkaar leert. Dat is iets waar je aan kunt werken als gemeenten in een regio. Daar het maken van afspraken kun je elkaar versterken.”

Uitvoeringstoets decentrale overheden

Een van de onderwerpen waar de minister komende periode aan wil werken, is een ‘uitvoeringstoets decentrale overheden, die vóór invoering van nieuw rijksbeleid duidelijk maakt wat de effecten zijn voor medeoverheden, zoals gemeenten en provincies. Met de toets, afgekort ‘udo’ wil ze beoordelen “of de bevoegdheden, de middelen en de instrumenten goed met elkaar in evenwicht zijn. Om dat we de afgelopen jaren na eindeloze discussies hebben gezien dat de financiën niet overeen komen met de taken die gemeenten hebben gekregen.”

Het gesprek hierover moet volgens haar ‘aan de voorkant’ gevoerd worden, “omdat ook ik wil, dat raden en gemeenten in staat zijn om hun taken goed uit te voeren.”

Meer informatie

De griffie geldt als een van de belangrijkste hulptroepen van de raad. De gemeenteraad vervult de werkgeversfunctie. De griffier is de rechterhand van de raad.  

Tips en adviezen om als raad meer zeggenschap en invloed te krijgen op taken in regionale samenwerking zijn te vinden in de handreiking grip en controle op regionale samenwerking.