U bent hier

'Ik speel de homokaart liever niet’

Als homoseksueel voelt VVD-raadslid Sjoerd Bakker zich helemaal thuis in de gemeenteraad in Ede. Hij is wars van hokjesdenken en houdt de homokaart het liefst op zak.
Pas als hij zijn eigen ervaringen kan inzetten om anderen te laten voelen dat we er nog niet zijn als het gaat om de acceptatie van lhtbi’ers, pakt hij het podium.
‘Ik gun iedere raad een homo, een allochtoon of een vrouw. Niet om de eigen achterban te pleasen, maar om de verbinding te zoeken.’

Hij herinnert het zich nog goed, het moment dat hij tegen zijn partner zei dat hij er niet aan moest denken om onderdeel uit te maken van de gemeentepolitiek. Samen hadden ze een ‘rondje politiek’ gedaan, nadat de gemeente een stukje bos naast hun woning plotseling bestemd had tot agrarisch gebied.
‘We wilden dit onrecht aankaarten bij de politieke partijen. Maar we hoorden vooral langdradige debatten, ik gruwde ervan.’

Dit interview met Sjoerd Bakker maakt deel uit van een serie interviews met raadsleden over diversiteit en inclusiviteit in de gemeenteraad.

Inmiddels is Sjoerd Bakker (45) een actief VVD-raadslid in Ede, de gemeente waar zijn woonplaats Bennekom onderdeel van is. Lachend: ‘Ik heb de fijne eigenschap dat ik negatieve gevoelens snel vergeet.’
Het begon in 2017 toen een vriend hem vroeg of hij wilde meedenken en meeschrijven aan het verkiezingsprogramma van de VVD.
‘Ik vind het belangrijk om van toegevoegde waarde te zijn. Als ondernemer (Bakker is eigenaar van twee bedrijven, MvB) en programmeur ben ik gewend in oplossingen te denken. Wat kan er beter?’

Verbinding zoeken

Het duurde niet lang voordat Bakker gevraagd werd om ook op de kieslijst plaats te nemen. Inmiddels enthousiast over de partij zag hij dat wel zitten. Zijn homoseksuele geaardheid speelde daar geen rol in. ‘Met diversiteit was ik niet bezig, ik wilde simpelweg iets betekenen voor de gemeente waarin ik woon.’
Of het raadswerk hem afschrikte in een christelijke gemeente, waar de SGP de grootste partij is? ‘Nee’, zegt hij gedecideerd. ‘Ik wilde juist de verbinding zoeken, ook met diegenen die totaal anders in het leven staan. Ik heb een soort van grenzeloos optimisme dat ik met iedereen door een deur kan.’

Doe-modus

Als raadslid zonder enige ervaring in de politiek moest Bakker even wennen. Hij volgde trainingen vanuit de VVD, over liberalisme en gemeentefinanciën bijvoorbeeld, maar het echte werk leerde hij in de praktijk. Met vallen en opstaan. ‘Ik moest er enorm aan wennen dat je als raadslid “slechts” het college controleert en de kaders stelt.

Ik voel me vooral een volksvertegenwoordiger en luister naar mensen om te kijken of ik iets voor ze kan betekenen. Ik ben gewend om mee te denken en dan direct in de doe-modus te schieten, vanuit enthousiasme en ook vanuit pragmatisme. Maar nu moest ik steeds terugschakelen en de uitvoering overlaten aan anderen.’

Kwartje viel

Dat kwartje viel toen inwoners klaagden over overlast van een camping en over de beheerder die volgens hen niet thuis gaf. Bakker belde de beheerder en regelde dat de klagers bij deze man langs zouden gaan om de overlast te bespreken. Vervolgens kwam er niemand opdagen.
‘Ik kreeg het gevoel dat ik me voor het karretje heb laten spannen. Sindsdien realiseer ik me beter wat mijn plek is en stimuleer ik mensen om vooral eerst zelf het gesprek aan te gaan.’

Hete kooltjes

Hij is een open boek, een man die makkelijk praat en zegt wat hij denkt. Weinig politiek, zegt hij zelf. ‘Sjoerd zegt het wel even, dachten andere raadsleden wel eens. Dan gaf ik mijn mening en kreeg ík de volle laag.
Totdat ik besefte dat ik de hete kooltjes uit het vuur aan het halen was voor anderen. Ik ben toen gaan zoeken naar een manier om dit beter aan te pakken én toch mezelf te blijven. Ik heb moeten leren om even na te denken en niet alles gelijk voor waar aan te nemen en op te pakken.’

Regenbooggemeente

De gemeenteraad van Ede stemde begin februari in met het predicaat regenbooggemeente. Daarmee is Ede de een na laatste grote gemeente die de regenboogvlag gaat hijsen. Het symbool voor sociale acceptatie, veiligheid en emancipatie van lhbti’s. Bakker heeft hier slechts een kleine rol in gespeeld, benadrukt hij.
‘Sterker, het fenomeen regenbooggemeente kende ik niet eens. Sowieso vind ik het lastig om de homokaart te spelen, liever doe ik dat niet. Toen ik een paar jaar terug als ‘regenboogkandidaat’ op de kieslijst stond voor de Europese verkiezingen, gaf me dat ook een ongemakkelijk gevoel.’

Geen hokjesdenken

Hij wil niet de politicus zijn die alleen maar geafficheerd wordt met onderwerpen die te maken hebben met seksuele geaardheid. Zijn portefeuille bestaat dan ook uit onder andere Verkeer & Vervoer, Recreatie & Toerisme, Duurzaamheid en Beheer Openbare Ruimte. Daarbij wil hij ver weg blijven van het hokjesdenken.
‘Een stel lesbische dames vertelde een keer tijdens een informatieve bijeenkomst dat ze zich gediscrimineerd voelen in Ede, omdat er geen homo-café is en omdat ze op de gemeentelijke website niet genoemd worden onder het kopje ‘inclusiviteit’. Maar zo plaatsen ze zichzelf in het hokje “slachtoffer”. Daar word ik rebels van.’

 

 

Wereld te winnen

Tegelijkertijd is er nog een wereld te winnen, als het om acceptatie van lhtbi’s gaat, merkt hij. Ook in Ede. Dát wil hij wel graag aan de orde stellen. ‘In onze fractie ontstond een discussie over de regenboogvlag. Moet dat nou echt, is dat in 2021 nog nodig, vroegen mijn fractiegenoten zich af. Ja, dat is helaas nog nodig, heb ik toen gezegd.’

Voorzichtig

Hij vertelt over die keer dat twee bouwvakkers bij hem thuis waren en dat hij zijn partner daarom geen afscheidskus gaf toen hij naar zijn werk ging. Of over de gereformeerde buren die het stel meedeelden dat ze tegen homoseksualiteit zijn, maar hen wel ‘tolereren’. Over het niet hand in hand lopen, over het niet knus tegen elkaar aan kunnen kruipen op een terras in de zon met een biertje.
‘Het zit in mijn systeem om in het openbaar voorzichtig te zijn met het tonen van genegenheid voor mijn man, met wie ik al 26 jaar samen ben.’

Kippenvel

Bakker pakt zijn telefoon erbij en leest een brief voor die een homoseksuele, gereformeerde jongen schreef aan de burgemeester, toen de Regenboogvlag voor het eerst gehesen werd in 2019.
De jongen schrijft dat hij nog in de kast zit en zich niet geaccepteerd voelt door zijn eigen groep, dat niemand beseft dat het afwijzen van homoseksualiteit hem kwetst. Het is een teken dat ik niet bij hen hoor, maar toch hoor ik bij hen, want ik kan niet ontsnappen. ‘Ik krijg er nog kippenvel van, als ik dit lees’, aldus Bakker.

Volstrekt gelijkwaardig

Zelf heeft hij niet het idee dat hij in de gemeenteraad of in zijn fractie anders gezien of behandeld wordt. ‘Ik voel me volstrekt gelijkwaardig.
Tijdens de situatie rondom de Nashville-verklaring vorig jaar (het antihomo-manifest dat ook ondertekend werd door SGP-voorman Kees van der Staaij, MvB), kreeg ik verschillende appjes van SGP-raadsleden die benadrukten dat ik het me niet moest aantrekken en dat het niet voor mij bedoeld was.’

Het podium pakken

Ondanks dat Bakker de homokaart zoveel mogelijk op zak wil houden, vertelt hij zo nu en dan tijdens een raadsvergadering wat bepaalde discussies met hem doen. Of hij ontkracht vooroordelen. Zo ontstond er een discussie over het sluiten van een homoparkeerplaats langs de snelweg.
Bakker was voor sluiting, tot verbazing van andere raadsleden. ‘Alsof alle homo’s voor seks naar een parkeerplaats gaan’, zegt hij geïrriteerd. ‘Ik denk daar waarschijnlijk hetzelfde als anderen over.’

''​Een rolmodel voel ik mezelf niet, maar ik kan wel een voorbeeld zijn voor anderen dat homoseksueel zijn niet alleen maar negatieve kanten heeft. Ik ben gewoon blij met mezelf".

Ga in gesprek

‘Als dan gezegd wordt dat homo’s in een gelovige gemeenschap een uitlaatklep nodig hebben, voel ik me geroepen om een tegengeluid te geven. Ga het gesprek aan in de gemeenschap in plaats van zo’n ontmoetingsplek te faciliteren. Op zo’n moment pak ik het podium om te laten zien wat die beeldvorming met mij doet. De dialoog, daar zou ik wel iets in willen betekenen. Maar ik wil niet gezien worden als de homo die raadslid is.’

Bewustwording

Dat er een lesbienne en twee homoseksuelen in de raad zitten, heeft een meerwaarde, vindt hij. ‘Juist de persoonlijke verhalen van ons, over wat we zelf hebben meegemaakt als het om discriminatie gaat, zorgen voor begrip en bewustwording. Zelfs de SGP’ers begrijpen dan beter waar het over gaat, ook al zullen ze hun standpunt niet veranderen. Het gaat erom dat we de onderwerpen uit de taboesfeer halen.’

Verantwoordelijk voor een achterban van lhtbi’s voelt Bakker zich niet. ‘Ik denk niet dat ik een specifieke achterban heb, ik begeef me niet expliciet in de homoscene. Uiteraard voel ik wel betrokkenheid. Ik snap wat hen bezighoudt en zal makkelijker met ze in gesprek gaan.
Een rolmodel voel ik mezelf niet, maar ik kan wel een voorbeeld zijn voor anderen dat homoseksueel zijn niet alleen maar negatieve kanten heeft. Ik ben gewoon blij met mezelf.’

Bruggenbouwer

‘Diversiteit in de politiek’, zegt hij, ‘is essentieel. Het is belangrijk dat mensen open staan voor andere geluiden. Dat mensen zich vertegenwoordigd voelen, of je nou arm of rijk bent, homo of hetero, wit of zwart. Maar voel je je als je in armoede leeft vertegenwoordigd door een politicus die zich inzet voor armoedebestrijding maar zelf in een grote auto rondrijdt?
Diversiteit is belangrijk omdat alleen dan de raad serieus wordt genomen door de mensen waar het om gaat. Ik gun iedere raad een homo, een allochtoon of een vrouw. Niet om de eigen achterban te pleasen, maar om de verbinding te zoeken.’

Zelf typeert Bakker zich als een bruggenbouwer. In die hoedanigheid ziet hij zichzelf ook nog wel eens op de landelijke kieslijst staan. Die ‘langdradige debatten’ waar hij zo van gruwde zijn inmiddels een verrijking van zijn leven geworden, zegt hij.
‘Ik snap nu beter waarom bepaalde besluiten genomen worden. Waarom het goed is om de tijd te nemen om standpunten uit te wisselen en te luisteren naar elkaar in plaats van alleen je eigen boodschap te zenden. Ik heb geleerd om belangen af te wegen en om daarbij niet alleen mijn eigen belang voorop te zetten. En om te accepteren dat je soms voor het beste van twee kwaden moet kiezen.’

Tips

  • Blijf jezelf, zo word je het beste raadslid.
  • Verdiep je in de partij. Als je je honderd procent thuis voelt, kun je uitdragen wat je voelt. Dan kun je ook makkelijker zeggen als je ergens niet enthousiast over bent.
  • Denk goed na of je een bestuurder of een volksvertegenwoordiger bent. Ben je vooral een bestuurder, dan zit je in de gemeenteraad wellicht niet op de juiste plek.

Onderzoek

De gemeenteraad is geen goede afspiegeling van de samenleving dat bleek uit een verkennend onderzoek onder raadsleden uit de 31 grote gemeenten, uitgevoerd door de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden.
Een betere afspiegeling is nodig want een raad met meer jongeren, vrouwen en raadsleden met een niet-Nederlandse achtergrond is beter in staat de inwoners te vertegenwoordigen. Lees hier meer over het onderzoek.

Serie interviews

Dit is het vierde interview in een reeks over diversiteit en inclusiviteit in de gemeenteraad. Eerder verschenen de interviews Politiek is niet voor mij weggelegd, dacht ik met Simion Blom, ’Ik doe er moeite voor om voor vol aangezien te worden’ met Ellen Berkers, en Als vrouw zit je in een spagaat met Ceciel van Bergeijk.
Voor deze serie zijn raadsleden met een migratieachtergrond en vrouwelijke raadsleden door Marielle van Bussel geïnterviewd over waar ze in de raad tegenaan lopen, welke ondersteuning zij nodig hebben, wat ze hebben bereikt en hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen.